De onderstaande voorwaarden voor de afname van een (deels) digitaal examen zijn opgesteld met als uitgangspunt dat de afnamecondities voor elke kandidaat gelijk zijn.
De voorwaarden zijn zover als mogelijk technologie-onafhankelijk en richten zich op het borgen van de examenintegriteit. Scholen zijn verantwoordelijk voor de concrete invulling, waarbij zij moeten voldoen aan de hieronder beschreven voorwaarden.
In de onderstaande hoofdstukken worden de diverse mogelijkheden verder uitgewerkt:
- Digitale afname via voorgeschreven examensoftware
- Gebruik van digitale documenten (offline applicaties)
- Gebruik van online applicaties
- Toezicht, organisatie en voorbereiding
1. Digitale afname via voorgeschreven examensoftware (Facet)
1.1 Facet
Een onderdeel van het cspe wordt geheel of gedeeltelijk digitaal afgenomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het voorgeschreven softwarepakket Facet. Facet wordt ontwikkeld en beheerd door DUO. Voor de inrichting en het beheer hiervan verwijzen we door naar de website Toetsen met Facet van DUO. Voor het gebruik verwijzen we naar de pagina's bb en kb-flex en cspe op examenblad.nl.
1.2 Randvoorwaarden
Ondanks het feit dat elke school met het voorgeschreven softwarepakket examens afneemt, zijn er een aantal randvoorwaarden waaraan een school invulling moet geven.
- De hardware die een school gebruikt moet voldoen aan de minimaal gestelde hardware-eisen van Facet. Deze zijn te vinden op de website van DUO;
- Facet kent diverse rollen met de daarbij behorende rechten en mogelijkheden. De school is verantwoordelijk voor een goede verdeling en inzet van deze rollen, waarbij er een duidelijk beleid of plan is rondom de autorisaties en inlogmogelijkheden;
- Een aantal keer per jaar wordt Facet geüpdatet. De school is verantwoordelijk dat bij een afname de laatste versie gebruikt wordt, zowel op de server als op de client;
- Voor het gebruik van Facet is een systeemcheck verplicht. Voor meer informatie zie de handleiding systeemcheck onder het menu downloads in het Facet Portaal;
- Wanneer er na de systeemcheck systeemwijzigingen op school worden gedaan, gaan we er vanuit dat een aanvullende systeemcheck kort voor de afname wordt uitgevoerd;
- Bij de inzet van devices dient de school voor overcapaciteit te zorgen, zodat bij uitval een kandidaat op een ander device verder kan. Vanuit het CvTE wordt 10% fall-back capaciteit aanbevolen.
2. Gebruik van digitale documenten (offline applicaties)
2.1 Uitgangspunt
Bij examens waarbij digitale documenten worden ingezet, moeten ook de integriteit en de geheimhouding geborgd zijn. Het CvTE adviseert om bij de inzet van digitale documenten zoveel als mogelijk offline applicaties in te zetten. Mocht een school toch de keuze maken voor een online applicatie, dan gelden hiervoor, naast de randvoorwaarden in dit hoofdstuk, de aanvullende randvoorwaarden die in hoofdstuk 3 worden genoemd.
Een ander uitgangspunt is dat de meegeleverde bestanden zoveel als mogelijk platform onafhankelijk zijn. De bestanden worden getest in de verschillende programma’s. De school mag tien werkdagen voor de start van de eerste afname de examens inzien, inclusief de te gebruiken bestanden. Het dringende advies is om alle meegeleverde bestanden te testen op een goed gebruik in de schoolomgeving.
2.2 Randvoorwaarden
Bij het gebruik van offline applicaties zorgt de school voor dat de inrichting van de werkplek zodanig is dat de kandidaat niet buiten de examencontext kan werken, waarbij:
- de kandidaat alleen toegang heeft tot de bestanden die voor het examen noodzakelijk zijn;
- bestanden alleen voor de juiste kandidaten op het juiste tijdstip beschikbaar zijn;
- de toegang tot internet is geblokkeerd (bij gebruik online applicaties vervalt deze deels, zie hoofdstuk 3);
- alle kandidaten werken in een gelijke en vooraf gecontroleerde softwareomgeving;
- kandidatenwerk veilig wordt opgeslagen en alleen toegankelijk is voor bevoegde personen.
Mocht de school kiezen voor het gebruik van online applicaties, dan zijn de voorwaarden van zowel hoofdstuk 2 als hoofdstuk 3 van toepassing.
2.3 Gratis software
Het werken met gratis applicaties wordt sterk afgeraden. Dit omdat aan gratis software geen rechten kunnen worden ontleend ten aanzien van beschikbaarheid, privacy en behoud van functionaliteit. Ook de mate van configuratie van de applicatie is veelal beperkt. Soms zijn deze applicaties voorzien van reclame, wat in een afname context niet wenselijk is.
3. Gebruik van online applicaties
3.1 Uitgangspunt
Het gebruik van online applicaties tijdens examens is uitsluitend toegestaan indien de examenintegriteit en de geheimhouding is geborgd. Omdat internettoegang risico’s met zich meebrengt, heeft het gebruik van offline applicaties de voorkeur.
3.2 Randvoorwaarden
Indien er applicaties gebruikt worden die online werken toestaan en waarbij internettoegang noodzakelijk is, is de school verantwoordelijk voor de volgende zaken:
- De gebruikte devices zijn centraal beheerd en kunnen in gebruik beperkt worden.
- De toegang is beperkt tot specifieke, vooraf bepaalde websites of diensten die nodig zijn voor de afname door bijvoorbeeld whitelisting.
- Indien uitschakelen van de AI-functionaliteit niet mogelijk is, treft de school aanvullende toezichtmaatregelen waarmee het gebruik van AI tijdens de afname wordt voorkomen.
- Het werk van kandidaten wordt veilig opgeslagen en bewaard en is toegankelijk voor de examinator.
- Er wordt vooraf gecontroleerd dat alle benodigde onderdelen van de applicatie correct functioneren binnen deze randvoorwaarden.
4. Voorbereiding en uitvoering
4.1 Voorbereiding
De school zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding, waaronder:
- De te gebruiken applicaties zijn voorzien van de meest recente geteste versie;
- Het testen van de technische inrichting in een representatieve examenopstelling, waarbij ook gekeken wordt naar de toegankelijkheid van (online) applicaties;
- Het controleren van de werking van de applicaties in combinatie met de aangeleverde bestanden;
- Het instrueren van betrokken examinatoren.
4.2 Uitvoering
Tijdens de examenafname is adequaat toezicht aanwezig. Dit toezicht is gericht op:
- het bewaken van de naleving van de examenregels m.b.t. de genoemde randvoorwaarden;
- dat een examinator zicht heeft op de activiteiten van de kandidaten;
- het signaleren van onregelmatigheden of technische problemen.
4.3 Calamiteiten
De school beschikt over procedures voor het omgaan met technische storingen of onderbrekingen. Deze procedures waarborgen dat de examenafname zo eerlijk en controleerbaar mogelijk kan worden voortgezet of hervat. Uiteraard moet bij een calamiteit altijd contact gezocht worden een betrokken instantie, zoals de onderwijsinspectie of DUO.
5. Afsluitend
Door te voldoen aan deze randvoorwaarden kan ICT op een verantwoorde wijze worden ingezet bij examens. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de school, binnen de kaders zoals gesteld door het CvTE.