Roostercriteria

31 mei 2017

 

Het CvTE stelt het examenrooster op samen met het Platform Examensecretarissen (PLEXS). Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

Tijdskader

Het tijdskader in het schooljaar voor de centrale examens in het vo bevindt zich tussen de meivakantie (week 18) en zomervakantie (week 28 in de eerste regio). Deze periode bevat negen weken. De beschikbare tijd is daarin beperkt door een aantal aspecten:

  • 1. 
    De zomervakantie mag niet later beginnen dan de week waarin de eerste dubbele cijfers op de zaterdag van aanvang voorkomen. Deze eis resulteert in incidentele verschuivingen van het week-18-28-schema naar een week-17-27-schema, waarbij 4 en 5 mei meer hinder in de planning veroorzaken.
  • 2. 
    De laatste week voor de zomervakantie willen scholen geen examens meer afnemen. De bekendmaking van de N-term tweede tijdvak moet daarom in de voorlaatste week zitten.
  • 3. 
    Feestdagen in deze periode; Koningsdag, 4/5 mei, Hemelvaartsdag en aansluitende vrijdag, tweede Pinksterdag en het wekenfeest zijn allemaal benoemd als vaste vrije dagen.
  • 4. 
    In toenemende mate nemen vso-scholen deel aan het staatsexamen vo. De college-examens beginnen onder toezicht van de commissie Staatsexamens vo van het CvTE op de zaterdag van de voorlaatste week.
  • 5. 
    Eisen recreatiebranche voor een meivakantie (liefst twee weken).

Bestaande roostercriteria

Het plannen van een rooster CE vo is gebonden aan vele criteria, waaraan het CvTE zoveel als mogelijk wil voldoen:

  • 1. 
    Eisen vanuit de Tweede Kamer: correctie-intensieve vakken moeten voorin het rooster. De Tweede Kamer heeft onder meer Nederlands, geschiedenis, filosofie genoemd.
  • 2. 
    Steeds meer docenten geven echter aan les te geven in een correctie-intensief vak en onderzoek door PLEXS onderbouwt dit ook. Het gaat hier om de vakken: scheikunde, natuurkunde, wiskunde, maatschappijwetenschappen, aardrijkskunde, kunst, m&o, biologie en economie. Bij Nederlands is de samenvatting verdwenen uit het examen. Dat heeft geleid tot een verlaging van de correctielast. Het onderzoek naar de omdraaiing van de eerste en tweede correctie van Cito heeft eveneens een overzicht van correctielast opgeleverd. Dit en toekomstig onderzoek zal nader onderbouwen welke vakken meetbaar een hoge correctielast kennen.
  • 3. 
    Vakken waarbij één docent in zowel havo als vwo les zou kunnen geven, worden over de examenweken gespreid geprogrammeerd.
  • 4. 
    Een vak kan in verschillende schoolsoorten centraal worden geëxamineerd, zoals bijvoorbeeld scheikunde. Mogelijk geeft dezelfde docent het vak in beide schoolsoorten. Daarom staat het vak niet alleen gespreid geprogrammeerd over de weken in een bepaald examenjaar, maar ook over de volgende examenjaren. Dat wil zeggen: een jaar voorin, een volgend jaar achterin.
  • 5. 
    Leerlingen mogen, gegeven hun profiel, niet te veel door hen als zwaar ervaren vakken op dezelfde dag of kort na elkaar in een week krijgen.
  • 6. 
    De inzet is om op een dag zoveel mogelijk een exact vak of zaakvak naast een taal of kunstvak in te plannen. Geen leerwerk kort bij elkaar of na elkaar.
  • 7. 
    De examenzalen van scholen zijn op een bepaald moment vol. Combinaties van vakken, over de schoolsoorten heen, mogen daarom niet een te groot aantal leerlingen hebben.
  • 8. 
    Schoolleiders en examensecretarissen willen als eerste examenvak een vak dat alle leerlingen volgen, zodat ze nog één keer alle mededelingen die ze hebben, kunnen herhalen.
  • 9. 
    In Europees Nederland en in de Cariben worden dezelfde examens afgenomen in een verschillende tijdzone. Omdat dit risico’s op schending van de geheimhouding met zich mee brengt, staat een vrij groot aantal vakken in de middag op het rooster.
  • 10. 
    Een aantal vakken heeft ten behoeve van de normering post tests, b.v. Frans, Duits, Engels. Die vakken moeten voorin het rooster om bij te kunnen dragen aan een stabiele, harde equivalering.

Tijd nodig

De volgende aspecten moeten allen tijd toebedeeld krijgen in de periode van negen weken:

  • 1. 
    Docenten hebben tijd nodig voor correctie en overleg met de tweede corrector. Ook is er tijd nodig voor verzending. Daarin kunnen de vastgestelde feestdagen een lastige factor zijn.
  • 2. 
    Er is tijd nodig voor de examenbesprekingen door de vakinhoudelijke verenigingen. Uit hun bijeenkomsten komt steun voor het corrigeren en eventueel het verzenden van aanvullingen.
  • 3. 
    Het Examenloket en de Examenlijn krijgen vragen binnen die beantwoord moeten worden in dezelfde tijdperiode als de afname van de examens en klaar moeten zijn voor de start van de normeringsbesprekingen.
  • 4. 
    Cito heeft tijd nodig (minimaal na afloop van een examenperiode 6 dagen) voor de verwerking van de gegevens van 200.000 leerlingen x gemiddeld 6 vakken x gemiddeld 40 opgaven ter voorbereiding op de normering. Die tijdsfasering is weergegeven in het rooster met 'deadline inleveren WOLF-gegevens'.
  • 5. 
    Over de gevonden resultaten moet overleg plaatsvinden tussen CvTE en Cito – minimaal 5 dagen. Er wordt (in het huidige tijdsschema) in het weekend doorgewerkt.
  • 6. 
    DUO/BRON heeft tijd nodig om gegevens van leerlingen, inclusief (te) laat doorgegeven correcties, na het schoolexamen te verwerken. Na een tijdvak moet er tijd zijn voor:
    • a. 
      de aanmeldingen verwerken voor tijdvak 2 en
    • b. 
      de organisatie van de aangewezen vakken. Door de toename van het aantal vso-scholen dat meedoet aan de Staatsexamens vo is de organisatie daarvan complexer geworden.
  • 7. 
    Sinds 2016 is rekenen een kernvak. Ook voor dat vak moeten de verwerking, equivalering en normering in dezelfde tijd plaatsvinden.

Tot slot

Nederlands is een vak dat voor docenten belastend is. Het nakijken is een grote klus, onder meer omdat alle leerlingen in dit vak examen afleggen. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat er meer vakken zijn die qua correctiewerk voor docenten een grote belasting betekenen.

Het CvTE, Cito en PLEXS blijven het onderwerp correctielast monitoren. Ook voor de toekomst kan dit wijzigingen betekenen wanneer zou blijken dat vakken een zware correctielast kennen. Naast die correctielast moeten echter ook de andere geformuleerde criteria in acht genomen worden, rekening houdend met de beperkte periode waarbinnen het papieren centraal schriftelijk examen moet zijn afgelegd. Wijzigingen in dat tijdskader zouden voor echte ruimte kunnen zorgen, voor alle betrokkenen.

Pijl omhoog