Moet er bij de afname van het cspe een tweede examinator aanwezig zijn?

vraag

Moet er bij de afname van het cspe een tweede examinator aanwezig zijn?

antwoord

 

Wat staat er hierover in de wet- en regelgeving?

De regels voor de inzet van een tweede examinator is beschreven in het Eindexamenbesluit VO artikel 41a:

De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het cspe van een eindexamen vmbo een examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de opgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast volgens daartoe door het College voor Toetsen en Examens gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor Examens. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor Examens. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.

Voor het cspe vindt de beoordeling tevens plaats door een tweede examinator.

De tweede examinator kan een deskundige als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet of een andere examinator van de school zijn. De tweede examinator beoordeelt het resultaat van de opgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan.

De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid. Artikel 41, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 41a is naar analogie van de beoordeling van de schriftelijke examens in artikel 41 opgesteld. De tweede examinator wordt ingezet om de kwaliteit van de beoordeling van de eerste examinator te waarborgen. Naast schriftelijke opdrachten worden bij de cspe’s ook andere opdrachten beoordeeld. Bijvoorbeeld opdrachten die direct tijdens de afname van het cspe worden beoordeeld, denk bijvoorbeeld aan procesbeoordelingen, klant- of oplevergesprekken, handelingsopdrachten en rollenspelen.

De vraag is: hoe moet dit artikel worden gelezen voor de cspe’s?

Leidend is de vraag of de kwaliteit van de beoordeling op orde is. Dat is de verantwoordelijkheid van de schoolleiding. Het bevoegd gezag van de scholen is er toe gehouden de kwaliteitszorgsystematiek met betrekking tot toetsing en examinering beschreven te hebben te onderhouden en hier naar te handelen. Die moet ook kunnen volstaan, op een moment, dat (ouders/verzorgers van) kandidaten kritische vragen stellen over de wijze van beoordeling door betrokken examinator(en).

Het CvTE adviseert, omwille van de kwaliteit van de observatie en beoordeling, een tweede examinator tenminste aanwezig te laten zijn bij de afname als een kandidaat handelingen uitvoert die tijdens het uitvoeren ervan moeten worden beoordeeld. Als een handeling beoordeeld moet worden tijdens de uitvoering ervan is dit aangegeven in het correctievoorschrift. Daarna moet er overleg over de geobserveerde handelingen en over de score plaatsvinden. Dit betekent dat een tweede examinator de gemaakte opdrachten mede beoordeelt.

Als opdrachten door de kandidaat worden ingeleverd bij de examinator mogen deze opdrachten ook buiten de examentijd door een tweede examinator worden beoordeeld. De tweede examinator zoals bedoeld in artikel 41a van het Eindexamenbesluit hoeft dan dus niet aanwezig te zijn bij het afnamemoment door de kandidaat.

Pijl omhoog