Hoe moet ik een fout bij het afronden beoordelen bij scheikunde havo/vwo?

Vraag

Hoe moet ik een fout bij het afronden beoordelen bij het centraal examen scheikunde havo/vwo?

Antwoord

Het is van belang om onderscheid te maken tussen niet correct afronden en onacceptabel tussentijds afronden.

In het geval van niet correct afronden gaat het erom dat een kandidaat onjuist naar boven of beneden heeft afgerond. Dit is het geval wanneer bijvoorbeeld 5,46 wordt afgerond naar 5,4. Deze fout valt onder de rekenfouten (vakspecifieke regel 2) en dient bij elke rekenvraag te worden aangerekend.

In het geval van onacceptabel tussentijds afronden gaat het om het gebruik van een te laag aantal significante cijfers. Deze fout wordt uitsluitend aangerekend bij rekenvragen waarbij om de juiste significantie wordt gevraagd. Hiervoor is in het beoordelingsmodel een apart scorepunt opgenomen. Onacceptabel tussentijds afronden valt dus onder significantie.

In de vakspecifieke informatie bij de Septembermededeling/Maartaanvulling is de volgende tekst opgenomen:

“……In het beoordelingsmodel wordt in dat geval een aparte deelscore opgenomen voor de juiste significantie. Dit scorepunt kan alleen worden toegekend als de significantie exact juist is én er in het geval van tussentijds afronden rekening is gehouden met die significantie. Bij andere rekenvragen wordt de significantie dus niet aangerekend evenals ‘onacceptabel’ tussentijds afronden (zie vakspecifieke regel 1). Het eerste gedachtestreepje van vakspecifieke regel 2 komt hiermee te vervallen.”

Met de laatste zin wordt bedoeld: Het eerste gedachtestreepje van vakspecifieke regel 2, zoals deze voorheen in correctievoorschriften werd geformuleerd, komt hiermee te vervallen. Dit eerste gedachtestreepje omvatte namelijk het aanrekenen van fouten in de significantie. Vakspecifieke regel 1 is met ingang van het apart beoordelen van de juiste significantie eigenlijk overbodig geworden, aangezien onacceptabel tussentijds afronden enkel wordt bestraft in vragen waar de significantie wordt beoordeeld.

Bovenstaande betekent overigens ook dat waar het antwoord in het juiste aantal significante cijfers moet worden gegeven, fouten in de afronding 2 punten kan kosten; als een kandidaat de uitkomst niet in het juiste aantal significante cijfers geeft en/of onacceptabel tussentijds afrondt dan mist hij het scorepunt van de significantie. Als daarbij ook niet correct is afgerond wordt een punt afgetrokken volgens vakspecifieke regel 2.