Thema centraal schriftelijk examen (cse) beeldende vakken vwo 2006

kenmerk: CEVO-05.0382
datum: 1 juni 2005
gepubliceerd: Gele katern 2005, nr. 9, p. 24 t/m 26

In deze regeling wordt de examenstof voor het centraal schriftelijke examen vastgesteld voor de vakken tekenen, handenarbeid en textiele werkvormen vwo.

De regeling treedt op 1 augustus 2005 in werking. De regeling is een vervolg op

CEVO-04.700.


Besluit

De centrale examencommissie vaststelling opgaven, gelet op artikel 39 van het eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.;

Besluit:

Artikel 1. Examenstof tekenen, handenarbeid, textiele werkvormen vwo 2006

1. Het thema voor het Centraal Schriftelijk Examen "vwo beeldende vakken" in 2006 is Utopia. Dit thema is uitgewerkt in de bundel "De gedroomde wereld. Utopoische ideeën in kunst en architectuur".

2. Dit thema is uitgewerkt in de bundel "De gedroomde wereld. Utopoische ideeën in kunst en architectuur".

De prijs van de bundel is € 13,50 (exclusief btw en verzendkosten). Bestellingen, onder vermelding van artikelnummer 58949 en isbn 9058340007, zijn vanaf 1 juni 2005 te plaatsen bij de klantenservice van het Cito; telefonisch 026 - 352111, per fax: 026 - 3521356, per mail: klantenservice@citogroep.nl of via de website: http://winkelvo.citogroep.nl.

3. de probleemstellingen, stofbeperking en exameneisen van dit thema staan in bijlage 1

De voorzitter van de CEVO

drs J.Bouwsma

Artikel 2 Bekendmaking

1. Deze regeling wordt bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2. De bijlage 1 bij deze regeling wordt bekendgemaakt op www.cfi.nl en op Het Examenblad.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Deze regeling treed in werking op 1 augustus 2005

Artikel 4 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling examenstof tekenen, handenarbeid, textiele werkvormen vwo 2006

Bijlage 1

Thema CSE vwo beeldende vakken 2006

Het thema voor het Centraal Schriftelijk Examen "vwo beeldende vakken" in 2006 is Utopia. Dit thema is uitgewerkt in de bundel "De gedroomde wereld. Utopoische ideeën in kunst en architectuur".

De prijs van de bundel is € 13,50 (exclusief btw en verzendkosten). Bestellingen, onder vermelding van artikelnummer 58949 en isbn 9058340007, zijn vanaf 1 juni 2005 te plaatsen bij de klantenservice van het Cito; telefonisch 026 - 352111, per fax: 026 - 3521356, per mail: klantenservice@citogroep.nl of via de website: http://winkelvo.citogroep.nl.

Probleemstellingen

Hoe de poëtische verheerlijking van het natuurlijke en landelijke leven inspiratiebron is voor de uitbeelding van het landschap in de schilderkunst en voor de aanleg van 'natuurlijke' tuinen en parken.

Hoe kunstenaars in de negentiende en twintigste eeuw in broederschappen of door middel van het idee Gesamtkunstwerk hebben gestreefd naar nieuwe modellen voor het maatschappelijk leven.

Wat de bijdrage is van kunstenaars en vormgevers aan utopisch-socialistische experimenten in de negentiende en twintigste eeuw.

Op welke wijze architecten, stedenbouwkundigen en kunstenaars vorm hebben gegeven aan ideële stedenbouwkundige projecten.

Stofbeperking

Pastoraal leven in de literatuur en in de kunst van de Renaissance, barok en rococo aan de hand van onder meer:

de villa's van Palladio en

de schilderijen van Giorgione, Carracci, Lorrain en Watteau

Et in Arcadia Ego van Poussin

Gauguin en het primitieve leven in Polynesië

landschapstuinen in Engeland en Nederland: Beekhuizen

de stoffering van parken en tuinen: follies

stadsparken in de negentiende en twintigste eeuw: Vondelpark, Parc de la Vilette en Central Parc in New York met The Gates

Finlay's Little Sparta

Kunstenaarsgemeenschappen in de negentiende en begin twintigste eeuw, met name:

in Barbizon en de pogingen van Van Gogh te Parijs en Arles

het Gesamtkunstwerk als concept bij Wagner en de verwerking ervan bij ondermeer het Bauhaus en bij Kurt Schwitters

totalitaire staatsinrichting en de positie en rol van kunstenaars in Sovjet Rusland

en in de DDR

de alternatieve vrijstaat AVL-Ville van Atelier Van Lieshout

Maatschappelijke gevolgen van de Industriële Revolutie:

Dorés Phalansère, Familisère, de kolonie-ontwerpen van Owen en de Shakers

ambachtelijke en industriële producten op de Wereldtentoonstelling van 1851 en de hang naar versiering

de neo-gotiek en de ideeën van Pugin en Ruskin over morele hervorming door middel van kunst en schoonheid

de ideeën van William Morris over het belang van goede vormgeving

producten van Morris & Company en van de Kelmscott Press

Nieuwe Kunst in Nederland en de kunst van het boek: Dijsselhof,

Gemeenschapskunst, Berlage en 't Binnenhuis en de opvattingen over decoratie en functie

Mondriaans visioen van de Nieuwe Beelding als model voor de samenleving

Van Doesburg en het Bauhaus en als Dadaïst en zijn atelierwoning in Meudon

Goed Wonen en de 'verantwoorde' woninginrichting

De verbeelding van het Hemels Jerusalem en het Helse Babylon in architectuur en kunst

Filaretes ontwerp voor de stad Sforzinda en Bacons ideeën voor New Atlantis

de stadsplanning van Luchao en het Nederlandse paviljoen te Hannover

Ledoux en de Saline Royale en het stadsplan voor Chaux

de tuinstadgedachte van Ebenezer Howard

stedenbouwkundige visioenen ten tijde van het Duitse expressionisme:

Bruno Taut, zijn ideeën over de stadskroon en het recente ontwerp voor een concertgebouw door Herzog en Meron dat door dit motief is geïnspireerd

de 'stralende steden' van Le Corbusier en de CIAM-architecten, Brasilia, Nagele en de visie van Superstudio

dynamische stadsontwerpen van Archigram en Constant en de geknutselde steden van Kingelez

New Economy en de stad van vandaag: Koolhaas' ontwerpen voor Prada

Exameneisen

De kandidaat moet in staat zijn, voornamelijk vanuit beeld- en tekstfragmenten, aan te geven:

  • op welke wijze in de beeldende kunst van de Renaissance en barok het beeld van Arcadië, dat wordt opgeroepen in de poëzie van de Antieke Wereld en in de latere pastorale literatuur, wordt uitgewerkt
  • hoe het dichterlijk motief van het pastorale landschap inhoudelijk betekenis krijgt bij schilders als Giorgione, Annibale Carracci en Claude Lorrain en welke bijzondere dimensie Poussin hieraan geeft (met de schildering van het gegeven 'Et in Arcadia ego')
  • hoe het thema van de fête galante (in de schilderijen van Watteau) is te koppelen aan het Arcadische landschap
  • hoe Gauguin de inheemse cultuur van Tahiti en de Marquesas-eilanden waarneemt en verbeeldt
  • op welke wijze het ideaal van de natuurlijke tuin werd vormgegeven in Engeland en Nederland en welke rol literaire associaties hierbij speelden
  • waarom vanaf de negentiende eeuw parken voor het volk werden aangelegd en hoe architecten als Tschumi en kunstenaars als Christo het stadspark verlevendigen (door architectonische noviteiten en (tijdelijke) kunstwerken)
  • hoe Ian Hamilton Finlay literaire en historische tradities gestalte geeft in zijn (arcadisch-revolutionaire tuin) Little Sparta (en hiermee verbonden kunstwerken)
  • tegen welke achtergrond kunstenaarskolonies ontstonden, hoe ze bijdroegen aan vernieuwingen in de kunst en welke verwachtingen Vincent van Gogh ervan had
  • wat de betekenis is van het idee Gesamtkunst bij Wagner en hoe het doorwerkt in de latere kunst, met name bij het Bauhaus
  • 10 
    hoe Kurt Schwitters een levend model was van het principe Gesamtkunst en hoe dit te verbinden is met het anarchisme van Dada
  • 11 
    op welke wijze kunstenaars in Sovjet Rusland en in de DDR binnen de staatsideologie functioneerden en hoe je dat kunt zien aan hun werk
  • 12 
    op welke wijze bij Atelier Van Lieshout het idee van een utopische leefgemeenschap vorm krijgt
  • 13 
    welk beeld oprijst uit beschrijvingen en beelden van Doré van de gevolgen van de negentiende-eeuwse industrialisering
  • 14 
    welke oplossingen Fourier, Godin en Owen uitwerkten om de wantoestanden in de samenleving tegen te gaan door werken en wonen opnieuw met elkaar verbinden
  • 15 
    welke uitgangspunten de Shakers hanteerden bij de vormgeving en hoe zij daarmee vooruitliepen op het latere functionalisme
  • 16 
    welke tegenstelling zich aftekent tussen ambachtelijk vervaardigde en industrieel geproduceerde objecten en hoe de Wereldtentoonstelling van 1851 het beeld oproept van de beginnende consumptiemaatschappij
  • 17 
    vanuit welke maatschappelijke motieven de waardering voor de Middeleeuwen en het succes van de neo-gotiek in Engeland te verklaren zijn, en welke betekenis Pugin en Ruskin daarbij hebben gehad
  • 18 
    welke betekenis William Morris heeft gehad bij het bewustmaken van het belang van de vormgeving bij maatschappelijke hervormingen en hoe hij deze vormgeving heeft uitgewerkt
  • 19 
    vanuit welke initiatieven in Nederland de Nieuwe Kunst ontstaat en wat het belang is geweest van Berlage en het Binnenhuis voor het ontwikkelen van een sobere vormgeving als esthetisch fundament voor vormgeving en architectuur
  • 20 
    hoe de Kunst van het boek, geïnitieerd door Morris, wordt uitgewerkt in de Nederlandse Nieuwe Kunst, met name door Dijsselhof
  • 21 
    hoe Mondriaan de kunst ziet als een model voor een toekomstige samenleving en hoe Van Doesburg dat uitwerkt
  • 22 
    welke idealen de stichting Goed Wonen nastreefde in de jaren van de Wederopbouw en op welke wijze zij die in praktijk bracht
  • 23 
    hoe in vroeger eeuwen voorstellingen werden gemaakt van het Hemelse en Aardse Jerusalem
  • 24 
    van welke ideeën Filarete uitgaat bij het ontwerpen van Sforzinda en Bacon bij New Atlantis en hoe ideale vormen en maatschappelijke ideeën leiden tot stadsontwerpen als Luchao en experimentele architectuur als het Nederlandse paviljoen in Hannover
  • 25 
    op welke wijze Ledoux in zijn ideale stad Chaux het economisch uitgangspunt wilde integreren in een nieuwe sociale structuur
  • 26 
    wat de uitgangspunten zijn van de tuinstadgedachte van Ebenezer Howard en hoe de concretisering ervan oplossingen bood
  • 27 
    hoe het ideaal van transparantie in de architectuur leidt tot de utopische architectuurideeën van Bruno Taut
  • 28 
    hoe bij Le Corbusier rationaliteit en schaalvergroting de grondslag vormen voor het ontwerpen van de 'stralende steden' en hoe dat wordt gevolgd in de bouw van nieuwe steden als Brasilia en Nederlandse stads- en woningbouwprojecten
  • 29 
    welke alternatieven voor de statische stadsstructuren opkomen in de jaren zestig, onder andere bij Archigram en New Babylon
  • 30 
    welk nieuw beeld van de stedelijke ruimte naar voren komt in de hedendaagse shopping mall
Pijl omhoog