Regeling aanwijzing niet c.e.-stof profielen 2006 en 2007

kenmerk: CEVO-03.00595
datum: 27 januari 2004
gepubliceerd: Gele katern 2004, nr. 3, p. 23 t/m 28

Deze regeling wijst de domeinen en subdomeinen aan waarvoor op de centrale examens vwo en havo in 2006 resp. 2007 geen vragen zullen worden gesteld.

Deze regeling treedt in werking op 1 november 2003.


Besluit

De centrale examencommissie vaststelling opgaven,

gelet op de Regeling aanpassing verlichtingsmaatregelen profielen havo/vwo, VO/BOB/2001/28277, Gele katern nr. 18a van 25 juli 2001 en de Regeling profielen 2000, Uitleg Gele katern nr 9 van 29 maart 2000,

Besluit:

Artikel 1. Aanwijzing vwo

Bij de centrale examens vwo van 2006 respectievelijk 2007 worden geen vragen gesteld over de domeinen, dan wel subdomeinen, genoemd in bijlage 1.

Artikel 2. Aanwijzing havo

Bij de centrale examens havo van 2006 respectievelijk 2007 worden geen vragen gesteld over de domeinen, dan wel subdomeinen, genoemd in bijlage 2.

Artikel 3. Bekendmaking

Deze regeling wordt bekend gemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 november 2003.

Artikel 7. Aanduiding

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling aanwijzing niet c.e.-stof profielen 2006 en 2007.

De voorzitter van de CEVO,

drs J.Bouwsma

Toelichting.

Conform de Regeling Aanpassing verlichtingsmaatregelen profielen havo/vwo, VO/BOB/2001/28277, Gele katern nr. 18a van 25 juli 2001 bepaalt de school of de aangewezen (sub)domeinen in het schoolexamen aan de orde komen, en zo ja, op welke wijze.

In sommige gevallen bestaat een relatie tussen een (eindterm van een) aangewezen subdomein en een eindterm die wel tot de c.e. stof behoort. De vraag kan dan rijzen in hoeverre die c.e.-eindterm nog in het centraal examen aan de orde kan komen. In verband daarmee wordt de volgende nadere toelichting bij deze regeling gegeven.

Op het centraal examen zullen geen vragen worden gesteld over aangewezen (sub)domeinen en

(1) over eindtermen in andere subdomeinen voorzover die voortbouwen op de daarin omschreven examenstof, tenzij

(2) de betreffende stof als basaal voor het betreffende vak beschouwd kan worden.

(3) Wel kunnen begrippen uit aangewezen (sub)domeinen in een vraag voorkomen, als voor het beantwoorden van de vraag geen bijzondere bekendheid met deze begrippen nodig is.

(4) Ook kunnen begrippen uit aangewezen (sub)domeinen in een vraag voorkomen, als deze begrippen ook voorkomen in andere (sub)domeinen die wel tot de c.e. stof behoren en waarbij niet de sterke afhankelijkheid van (1) aanwezig is.

Voorbeelden van uitwerking van deze uitgangspunten.

Voorbeeld 1 (wiskunde A1,2 vwo).

Aangewezen is het domein Ea: Grafen en matrices. Als gevolg daarvan zullen ook het opstellen van een overgangsmatrix (eindterm 99) en het weergeven van een lineair programmeringsprobleem met behulp van een graaf of een matrix (eindterm 102) niet in het centraal examen aan de orde worden gesteld.

Voorbeeld 2 (scheikunde vwo)

Aangewezen is domein B, stoffen, structuur en binding, als domein waarover geen vragen worden gesteld. Eindterm 9 is van dit domein een onderdeel. Deze luidt:

"De bouw van atomen en ionen beschrijven, gebruik makend van de begrippen: atoomnummer, ...proton, neutron, elektron, ...isotoop, massagetal..."

Deze begrippen worden als zo basaal voor scheikunde beschouwd dat deze begrippen in het centraal examen wel aan de orde gesteld kunnen worden, maar niet op de wijze die in de betreffende eindtermen is aangegeven.

De kandidaten dienen deze begrippen bij voorbeeld te kennen bij vragen over eindtermen als:

* 126 waarin staat dat onder andere aangegeven moet kunnen worden wat verstaan wordt onder het begrip gemiddelde atoommassa (het gemiddelde van de massa's van de isotopen zoals die in de natuur voorkomen)

* 164 een zuur-base reactie beschrijven met behulp van de Br¢nstedtheorie (die wordt meestal gedefinieerd als een reactie met overdracht van protonen)

* 188, 190, 191, 194, 195 uit het domein H: Redox, waarin elektronen en elektronenoverdracht een prominente rol spelen.

Voorbeeld 3: (economie 1 havo)

Aangewezen is domein D: Nederlandse betalingsbalans. In eindterm 18, staat: "De factoren die de vraag naar en het aanbod van een valuta bepalen: export/import op de lopende rekening....." Het begrip lopende rekening valt onder de uitsluiting van domein D, maar de wisselkoersvorming kan onderwerp van toetsing blijven, zo lang niet specifiek naar de lopende rekening wordt verwezen.

Voorbeeld 4 (biologie vwo en havo)

Met zekere regelmaat komen bepaalde begrippen voor in meer dan een eindterm of worden in meer dan een eindterm bekend verondersteld, dus mogelijk zowel in eindtermen van uitgesloten subdomeinen als eindtermen die niet uitgesloten zijn.

Enkele voorbeelden van zulke begrippen zijn: DNA, gen, genetische modificatie, osmose. Bij de centrale examens wordt ervan uitgegaan dat dergelijke begrippen beheerst worden.

Bijlage 1. Domeinen c.q. subdomeinen waarover op het centraal examen vwo in 2006 respectievelijk 2007 geen vragen worden gesteld

1. Wiskunde A1

2006 en 2007

Domein Ea, Grafen en Matrices (109-121)

N.b. uit de Regeling profielen 2000 worden tevens de volgende passages geciteerd, onder het kopje Permanente aanpassing:

Domein Bg, Functies en grafieken

* Eindterm 3 vervalt.

* In eindterm 10 vervalt: rekenregels voor logaritmen (die voor machten worden gehandhaafd).

* Eindterm 13 vervalt.

Domein Cg, discrete analyse

* Eindtermen 23 en 24 vervallen

Domein Fa: Statistiek en kansrekening

Het Subdomein 'het toetsen van hypothesen' (eindtermen 147 tot en met 150) vervalt als verplicht onderdeel. Het komt dus in elk geval niet aan de orde in het centraal examen. (voor het overige zij verwezen naar Uitleg Gele katern nr 9, pg 28, van 28 maart 2000)

2. Wiskunde A1,2

2006 en 2007

Domein Ea, matrices en grafen

N.b. uit de Regeling profielen 2000 worden tevens de volgende passages geciteerd, onder het kopje Permanente aanpassing:

Domein Bg, Functies en grafieken

* Eindterm 3 vervalt.

* In eindterm 10 vervalt: rekenregels voor logaritmen (die voor machten worden gehandhaafd).

* Eindterm 13 vervalt.

Domein D (g): Meetkunde

Het subdomein 'Ruimtelijke objecten' vervalt.

3. Wiskunde B1

2006 en 2007

Uit de Regeling profielen 2000 wordt de volgende passage geciteerd, onder het kopje Permanente aanpassing

Voor het centraal examen vervalt het domein Cb, Continue dynamische modellen. Dit domein komt wel aan de orde in het schoolexamen.

4. Wiskunde B1,2

2006 en 2007

Uit de Regeling profielen 2000 worden de volgende passages geciteerd, onder het kopje Permanente aanpassing

Voor het centraal examen vervalt het domein Cb, Continue dynamische modellen. Dit domein komt wel aan de orde in het schoolexamen.

Voor het centraal examen èn het schoolexamen vervallen:

* een deel van het Domein Gb, 'Voortgezette meetkunde', te weten: het subdomein Beginselen van de analytische meetkunde (eindtermen 140 tot en met 144) alsmede uit het subdomein Meetkundige plaatsen en kegelsneden de eindtermen 151, 152 en 153

* een deel van het domein Hb, 'Voortgezette analyse' te weten de subdomeinen Sommeerbare rijen (eindtermen 167, 168, 169), Irrationale getallen (eindtermen 170, 171 en 172) en Limieten en functies (eindtermen 173, 174,175)

5. Natuurkunde 1

2006 en 2007

Subdomein E4, Elektromagnetisch spectrum

6. Natuurkunde 1,2

2006 en 2007

Subdomein E4, Elektromagnetisch spectrum

7. Scheikunde 1

2006

Domein H (eindtermen 182 t/m 202 voor zover ze tot de stof voor Scheikunde 1 behoren).

2007 (zelfde als in 2004)

Van Domein B, Stoffen, structuur en binding de subdomeinen Toepassingen, Processen/reacties, Atoombouw en periodiek systeem, Bindingstypen en eigenschappen (1-25), voorzover behorend tot het programma van scheikunde 1

8. Scheikunde 1,2

2006

Van Domein H het subdomein reacties (eindtermen 191 t/m 202)

2007 (zelfde als in 2004)

Van Domein B, Stoffen, structuur en binding de subdomeinen Toepassingen, Processen/reacties en Atoombouw en periodiek systeem (1-11)

9. Biologie 1,2

2006: (dezelfde subdomeinen als in 2005)

- subdomein C1 Levenscyclus en erfelijke informatie (eindterm 27 t/m 40)

- subdomein C2 Levenscyclus van de mens (eindterm 41 t/m 59).

2007

- subdomein B2, Structuren van soort en populatie (eindtermen 7 t/m 13)

- subdomein B3, Structuren van organismen (eindtermen 14 t/m 17)

- subdomein D2, Metabolisme van planten (eindtermen 84 t/m 96).

10 Economie 1

2006 en 2007

Domein D, Nederlandse betalingsbalans (14, 16-18; 15 behoort niet tot het programma van Economie1)

Domein P, Sociale zekerheid (77-83)

11 Economie 1,2

2006 en 2007

Domein O, Onderontwikkeling (67-76)

Domein P, Sociale zekerheid (77-83)

12. Aardrijkskunde

2006 en 2007

Subdomein G3, Ontwikkeling van het leven (eindterm 30)

(zelfde subdomein als in 2005)

13 Management en organisatie

2006 en 2007 (dezelfde subdomeinen als in eerdere jaren)

Subdomein B1, Interne organisatie (2-5)

Subdomein C1, Rechtsvormen (8)

Subdomein D1, Marketing van niet-commerciële organisaties (16-18)

Subdomein E1, Financieel beleid in niet-commerciële organisaties (24-27)

Subdomein G1, Verslaggeving door niet-commerciële organisaties (56-57)

Bijlage 2. Domeinen c.q. subdomeinen waarover op het centraal examen havo in 2006 en 2007 geen vragen worden gesteld

1. Wiskunde A1,2

2006 en 2007

Subdomein F3, Bundels van grafieken en 3-dimensionale grafieken (71-72)

Subdomein G3, De binomiale verdeling (87-90)

2. Wiskunde B1

2006 en 2007

Subdomein E4, periodieke functies (64-73)

3. Wiskunde B1,2

2006 en 2007

Subdomein H2, periodieke functies 2 (99-103)

N.b. Het subdomein E4 behoort dus wel tot de examenstof van wiskunde B 1,2

4. Natuurkunde 1

2006 en 2007

Subdomein C1, Beeld en geluid waarnemen (22-27)

5. Natuurkunde 1,2

2006 en 2007

Subdomein C2, Eigentrillingen en golven (28-33)

N.b. Het subdomein C1 behoort dus wel tot de examenstof van natuurkunde 1,2

6. Scheikunde

De beperking in de c.e.-stof voor scheikunde is in 2006 en 2007 dezelfde als in 2004 en 2005

  • Subdomein B1 
    toepassingen (anorganisch) (eindtermen 1 en 2)
  • Subdomein C1 
    toepassingen van synthetische polymeren (eindtermen 14, 15, 16)

Subdomein C3 structuren van koolstofverbindingen

Van dit subdomein betreft de aanwijzing in hoofdzaak de eindtermen 41 en 43 (organische naamgeving), waarover geen vragen gesteld zullen worden. De examinering kan wel betrekking hebben op de andere eindtermen van dit subdomein, met de volgende aantekeningen:

- van eindterm 38 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan structuurformules voor verbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep: (Dus bijvoorbeeld geen diënen en diolen.)

- van eindterm 39 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan koolstofverbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep (Dus geen esters, maar wel bijvoorbeeld 2-propanol en 2-chloorpropaan, maar niet 2-methylpropaan.)

N.b.: het proces van polymerisatie (eindterm 30 van subdomein C2) moet wel gekend worden.

  • Subdomein D3 
    structuren van biochemische stoffen (eindtermen 53 t/m 56)
  •  
    (i.v.m. organische naamgeving)
  • Subdomein E3 
    evenwichten (eindtermen 68, t/m 71)

In verband hiermee worden ook over de eindtermen 61, 67 83, 92 en 96 geen vragen gesteld, zal wat betreft de eindtermen 89, 90 en 95 de vraagstelling geen betrekking op zwakke zuren en zwakke basen en zal bij eindterm 95 ook niet naar buffers worden gevraagd. Tenslotte wordt aan eindterm 99 toegevoegd: gebruikmakend van de betrekking pH + pOH = 14,00 (bij 298 K).

N.B.

In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplossingen van sterke en zwakke zuren:

. een oplossing van salpeterzuur weergeven als H+ + NO3-

. een oplossing van azijnzuur weergeven als H+ + CH3COO-

. een oplossing van koolzuur weergeven als (2) H+ + CO32-

In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplossingen van sterke en zwakke basen:

. een oplossing van natriumhydroxide weergeven als Na+ + OH-

. een oplossing van natriumacetaat weergeven als Na+ + CH3COO-

. een oplossing van ammoniak (ammonia) weergeven als NH3

. een oplossing van natriumcarbonaat weergeven als (2) Na+ + CO32-

  • Subdomein G1 
    toepassingen (eindtermen 85 en 86)
  • Subdomein H1 
    toepassingen (100 t/m 105)
  • Subdomein B1 
    toepassingen (anorganisch) (eindtermen 1 en 2)
  • Subdomein C1 
    toepassingen van synthetische polymeren (eindtermen 14, 15, 16)

Subdomein C3 structuren van koolstofverbindingen

Van dit subdomein betreft de aanwijzing in hoofdzaak de eindtermen 41 en 43 (organische naamgeving), waarover geen vragen gesteld zullen worden. De examinering kan wel betrekking hebben op de andere eindtermen van dit subdomein, met de volgende aantekeningen:

- van eindterm 38 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan structuurformules voor verbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep: (Dus bijvoorbeeld geen diënen en diolen.)

- van eindterm 39 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan koolstofverbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep (Dus geen esters, maar wel bijvoorbeeld 2-propanol en 2-chloorpropaan, maar niet 2-methylpropaan.)

N.b.: het proces van polymerisatie (eindterm 30 van subdomein C2) moet wel gekend worden.

  • Subdomein D3 
    structuren van biochemische stoffen (eindtermen 53 t/m 56)

(i.v.m. organische naamgeving)

  • Subdomein E3 
    evenwichten (eindtermen 68, t/m 71)

In verband hiermee worden ook over de eindtermen 61, 67 83, 92 en 96 geen vragen gesteld, zal wat betreft de eindtermen 89, 90 en 95 de vraagstelling geen betrekking op zwakke zuren en zwakke basen en zal bij eindterm 95 ook niet naar buffers worden gevraagd. Tenslotte wordt aan eindterm 99 toegevoegd: gebruikmakend van de betrekking pH + pOH = 14,00 (bij 298 K).

N.B.

In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplossingen van sterke en zwakke zuren:

. een oplossing van salpeterzuur weergeven als H+ + NO3-

. een oplossing van azijnzuur weergeven als H+ + CH3COO-

. een oplossing van koolzuur weergeven als (2) H+ + CO32-

In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplossingen van sterke en zwakke basen:

. een oplossing van natriumhydroxide weergeven als Na+ + OH-

. een oplossing van natriumacetaat weergeven als Na+ + CH3COO-

. een oplossing van ammoniak (ammonia) weergeven als NH3

. een oplossing van natriumcarbonaat weergeven als (2) Na+ + CO32-

  • Subdomein G1 
    toepassingen (eindtermen 85 en 86)
  • Subdomein H1 
    toepassingen (100 t/m 105)

7. Biologie

2006 en 2007

- subdomein B3 Cellen van planten en dieren (eindtermen 15 t/m 20)

- subdomein C3 Deling groei en ontwikkeling van cellen (eindtermen 49 t/m 56)

- subdomein E5 Regeling van lichaamsfuncties bij de mens (eindtermen 140 t/m 157)

8 Economie 1

2006 en 2007

Domein D, Nederlandse betalingsbalans (14-17, voor zo ver behorend tot het programma van economie1)

Domein F, Bankwezen (24-26, voor zover behorend tot het programma van economie 1)

Domein P, Sociale zekerheid (83-89)

9 Economie 1,2

2006 en 2007

Domein F, Bankwezen (24-26)

Domein O, Onderontwikkeling (75-82)

10. Aardrijkskunde

2006 en 2007

Subdomein D3, veranderingen in het natuurlijk milieu op langere termijn (eindterm 17)

.

11 Management en organisatie

2006 en 2007

Subdomein B1, Interne organisatie (2-5)

Subdomein C1, Rechtsvormen (8)

Subdomein D1, Marketing van niet-commerciële organisaties (16-18)

Subdomein E1, Financieel beleid in niet-commerciële organisaties (24-26)

Subdomein G1, Verslaggeving door niet-commerciële organisaties (43-44)

Pijl omhoog