Probleemstellingen en stofbespreking beeldende vakken vwo, centraal examen 2004

kenmerk: CEVO-03-198
datum: 19 juni 2003
gepubliceerd: Gele katern 2003, nr. 16, p. 26 t/m 28

In deze regeling wordt het thema voor het centraal schriftelijk examen Tehatex vwo in 2004 bekendgemaakt.


Thema Tehatex VWO 2004

Centraal schriftelijke examen tekenen, handenarbeid en textiele werkvormen v.w.o. in 2004

Het thema voor het CSE tehatex VWO en 2004 is KUNST, KENNIS, KUNDE II, Raakvlakken tussen kunst, wetenschap en techniek. Onder auspiciën van de CEVO werd er ten behoeve van dit thema een bundel ontwikkeld die medio juni is verschenen. De bundel wordt verspreid door de Citogroep en is onder vermelding van het artikelnummer 58371 te bestellen. Bestelling kan telefonisch (026 - 3521111), per e-mail (klantenservice@citogroep.nl) of via de webwinkel (winkelvo.citogroep.nl). De prijs bedraagt € 12,50 per exemplaar, exclusief btw en verzendkosten.

N.b. dit thema heeft betrekking op het centraal examen volgens het oude programma voor de beeldende vakken, zoals dat gegeven wordt door scholen die niet het vak CKV 2,3 geven. Voor CKV 3 is er geen centraal examen. Deze bundel is niet voor dat vak ontwikkeld. Als de school daarvoor kiest kan zij er evenwel wel gebruik van maken voor het eigen schoolexamen.

Probleemstellingen

1 Op welke wijze en met welke wetenschappelijke en artistieke intenties hebben kunstenaars de anatomie van het menselijke lichaam onderzocht en in beeld gebracht?

2 Op welke inzichten funderen kunstenaars en kunsthistorici zich bij het bestuderen, uitbeelden en interpreteren van emoties?

3 Welk verband bestaat tussen de ontwikkeling van optische hulpmiddelen en de weergave van de werkelijkheid in de schilderkunst vanaf de Renaissance tot in de negentiende eeuw?

4 Voor welk dilemma zag de negentiende-eeuwse schilder zich geplaatst sinds de uitvinding van de fotografie en hoe heeft de fotografie de opvattingen over kunst veranderd?

5 Hoe hebben hedendaagse informatie- en communicatietechnieken en computergestuurde ontwerpprocessen geleid tot nieuwe visies en verschijnselen in de architectuur?

6 In hoeverre is de videokunst verbonden met de massacultuur van onze tijd en hoe levert zij daarop tevens kritisch commentaar?

Stofbeperking

HOOFDSTUK 1 Het lichaam ontleed

- Middeleeuwen: het menselijk lichaam in kosmisch en theologisch perspectief

- Renaissance: anatomie en de ideale mensuitbeelding: Leonardo en Michelangelo

- anatomieboeken en anatomische illustraties: Vesalius

- anatomieleer in het kunstonderwijs van de zestiende tot in de achttiende eeuw: de écorché, Albinus en Wandelaar

- Barok: verbreding van kennis en toepassingen: Rubens, Rembrandt en dr.Nicolaas Tulp

- hedendaags: het lichaam als domein van kunst en nieuwe 'anatomische lessen': Orlan, Quinn, Hatoum, Stelarc en Von Hagens

HOOFDSTUK II Spiegels van de ziel

- de uitbeelding van karakters en gevoelens in de Renaissance: Dürer en de leer der vier temperamenten

- de interpretatie van gemoedsuitdrukkingen in de kunst en in de kunstbeschouwing: de Laokoön-strijd; problemen bij de uitbeelding van voorbijgaande emoties

- de registratie van gelaatsexpressies in de Barok: het systeem van Le Brun; Bernini's Extase van de heilige Theresa; de karakterkoppen van Messerschmidt

- de negentiende-eeuwse fotografie als hulpmiddel bij het vastleggen van spierbewegingen van het gelaat

- de invloed van de psycho-analyse in de écriture automatique bij Surrealisten als Breton en Masson

- het onderzoek naar de beeldende verwerking van gelaatsuitdrukkingen bij hedendaagse kunstenaars als Viola en Opie

HOOFDSTUK III Ars mechanica?

1 observeren

- kunst als toonbeeld van wetenschappelijke observatie: Holbeins ambassadeurs

- de geschiedenis en toepassingen van optische instrumenten, zoals tekenapparaten en de camera obscura

- houding van kunstenaars ten opzichte van deze apparaten: Leonardo en Dürer

- Vermeer en de camera obscura: het onderzoek en de meningen van Wheelock, Steadman en Hockney

2 Schilderen met licht

- de ontwikkelingen en beperkingen in de negentiende-eeuwse fotografie: Daguerre en Fox Talbot

- de correctie van de waarneming door de fotografie inzake beweging: Muybridge en Marey

- de invloed van de fotografie op de waarneming en uitdrukkingsmogelijkheden van kunstenaars

- voor- en tegenstanders van de fotografie: techniek of kunst?

- het gebruik van foto's in de kunst, als hulpmiddel of als voorbeeld bij de uitbeelding van het moderne leven: Ingres, Delacroix, Courbet, Degas, Caillebotte en in het Foto-realisme: Estes

HOOFDSTUK IV Digital art / Nieuwe media

1 Digitale architectuur: het lichaam in beweging

- het Philips-paviljoen in Brussel, 1958

- computerarchitectuur van Gehry

- het architectuurdebat: uitspraken van Virilio over de topologische ruimte en andere ontwerptheorieën

- 'bewegende' architectuurprojecten van Lynn, Oosterhuis en Spuybroek

2 Videokunst: het elektronisch zenuwstelsel.

- van videoregistratie en -installatie naar narratieve kunstvideo en videoclip: Paik, Viola en Rist

Exameneisen

De kandidaat moet in staat zijn om, voornamelijk vanuit beeld- en tekstfragmenten, aan te geven:

1 vanuit welke ideeën en motieven in de Middeleeuwen het lichaam werd beschouwd en uitgebeeld.

2 waardoor in de Renaissance de belangstelling voor en de kennis van het menselijk lichaam bij kunstenaars toeneemt.

3 hoe Leonardo het onderzoek van de menselijke anatomie concreet maakt en hoe de nieuwe inzichten door Renaissance-kunstenaars als Michelangelo worden uitgewerkt in een nieuwe schoonheidsopvatting van menselijke figuren.

4 wat het belang is van de anatomische illustraties als die van Vesalius voor de verbreiding van wetenschappelijke inzichten en artistieke en didactische toepassingen daarvan.

5 wat er tijdens de zeventiende eeuw veranderde in de studie van de anatomie en waar dat in de kunst van Rubens aan te zien is.

6 wat de anatomische praktijk was in de omgeving van Rembrandt en hoe daarvan in schilderijen van hem en andere Nederlandse schilders verslag werd gedaan.

7 welke motieven er aan te voeren zijn om anatomische tekeningen, preparaten en secties al of niet te rekenen tot het domein van de beeldende kunst.

8 hoe kunstenaars van onze tijd het onderzoek van het lichaam en van lichaamsprocessen tot uitgangspunt maken van een artistieke productie.

9 hoe door schilders en beeldhouwers van de Renaissance werd getracht uitdrukking te geven aan het karakter en de gevoelens van hun figuren in een voorstelling, alsook wat daarbij de betekenis is van de leer der vier temperamenten.

10 waarom en hoe de Laokoön-groep een testcase werd voor de uitbeelding van de doodsstrijd.

11 waarom in de Barok de uitbeelding van emoties werd geïntensiveerd en op welke wijze dat gestalte kreeg.

12 waarop de classificatie van gelaatsuitdrukkingen van Charles Le Brun berust en hoe kunstenaars als F.X. Messerschmidt deze hebben toegepast.

13 welke rol de fotografie heeft vervuld bij het negentiende-eeuwse onderzoek naar gemoedsbewegingen zoals Duchenne en Darwin uitvoerden.

14 hoe kunstenaars van onze tijd gemoedsbewegingen analyseren en in hun werk ensceneren en registreren.

15 hoe schilders vanaf de Renaissance vóór alles streefden naar de perfecte weergave van de natuur

16 hoe uit de schilderkunst vanaf de vijftiende eeuw is af te leiden dat optische hulpmiddelen een rol hebben gespeeld bij de weergave van de werkelijkheid.

17 welke morele en praktische argumenten werden gehanteerd om het gebruik van mechanische en optische hulpmiddelen in de schilderkunst te bagatelliseren.

18 met welke uitgangspunten de discussie gevoerd wordt over de toepassing van de camera obscura in het werk van Vermeer.

19 waarom de fotografie in de negentiende eeuw enerzijds veel succes oogstte en anderzijds veel tegenstand opriep.

20 welke argumenten werden aangevoerd in de (negentiende-eeuwse) discussie of de fotografie als een zelfstandige kunstvorm kon worden beschouwd.

21 welke wisselwerking bestaat tussen de schilderkunst en de fotografie in de negentiende eeuw en hoe bepaalde technische mogelijkheden van de fotografie de waarneming van de werkelijkheid veranderden.

22 welke relatie bestaat tussen fotografie en de schilderijen van het Foto-realisme van de jaren '70.

23 hoe door de komst van reproductietechnieken het unieke karakter van het kunstwerk wordt aangetast en hoe in onze tijd kunst tot gemeengoed gemaakt wordt.

24 op welke wijze de digitale media van invloed zijn bij het ontwerpproces van de architect.

25 op welke wijze het gebruik van digitale media nieuwe mogelijkheden van interactie biedt tussen de architect, de opdrachtgever en het publiek.

26 welke nieuwe visies op architectuur ontstaan onder invloed van de digitale media.

27 hoe de architectuur 'in beweging komt' - letterlijk en figuurlijk - onder invloed van de digitale media.

28 op welke verschillende manieren kunstenaars video als middel gebruiken om gevoelens en ideeën te verbeelden en over te brengen en hoe beeldende en technische aspecten van video daarop van invloed zijn.

29 op welke wijze kunstenaars als Paik,Viola en Rist hun videowerken in verband brengen met het menselijk lichaam en handelen.

30 hoe videokunst de interactie kan beïnvloeden tussen kunstwerk en publiek.

Pijl omhoog