Thema beeldende vakken vwo centraal examen 2003 en 2004

kenmerk: CEVO-02-597
datum: 22 mei 2002
gepubliceerd: Gele katern 2002, nr. 14, p. 25 t/m 27

In de regeling de bekendmaking van de thema's voor de beeldende vakken voor het vwo in het schooljaar 2003 en 2004.


Thema tekenen, handenarbeid en textiele werkvormen (tehatex) VWO 2003 en 2004

Het thema voor het CSE tehatex VWO 2003 en 2004 is:

kunst, kennis, kunde. Raakvlakken tussen kunst, wetenschap en techniek.

Onder auspiciën van de CEVO worden ten behoeve van dit thema twee bundels ontwikkeld:

één voor het examenjaar 2003 en

één voor examenjaar 2004.

In juni 2002 verschijnt de bundel 'Kunst, kennis en kunde I', die de stof omschrijft zoals die door kandidaten van 2003 moet worden gekend. Voor kandidaten 2004 verschijnt in juni 2003 de bundel 'Kunst, kennis en kunde II'.

De bundel 'kunst, kennis en kunde I' is verkrijgbaar in een veelvoud van vijf bij:

de Citogroep afdeling Klantenservice, Postbus 1034, 6801 MG Arnhem. Telefoon: telefoon (026) 352 15 90, fax (026) 352 11 35, e-mail: klantenservice@citogroep.nl.

Het is te bestellen onder het artikelnummer 58148 en het ISB nummer 90-5834-048-1. De prijs bedraagt € 12,50 per exemplaar.

Toelichting

De bundel kan gezien worden als een vervolg op de aanbiedingsteksten zoals die tot 2000 jaarlijks door de Commissie Advisering Thema (CAT) werden opgesteld. Het laatste door de CAT uitgewerkte thema Van beroep Kunstenaar was bestemd voor de examenjaren 2001 en 2002. In 2000 werd de CAT door de minister opgeheven. Haar taak is overgenomen door een redactiecommissie die in 2001 door de CEVO is geïnstalleerd. Zij heeft de opdracht voor de examenjaren 2003 en 2004 vanuit één thema twee verschillende bundels te maken.

Er zijn echter enkele verschillen. De CAT produceerde naast een aanbiedingstekst in samenwerking met het LOKV elk jaar ook een bronnenbundel en een diaserie. De redactiecommissie heeft die taak niet. Om dat gemis enigszins te compenseren én om meer recht te doen aan de vaardigheden in de Tweede Fase, is in deze bundel gekozen voor een iets andere opzet. Deze is, in vergelijking met aanbiedingsteksten uit het verleden, minder een collage van visies en opvattingen.

Probleemstellingen 2003

Hoe het studeervertrek van de Renaissancegeleerde er uitziet en hoe dat uitgroeit tot het rariteitenkabinet in de zeventiende eeuw.

Op welke wijze in de westerse architectuur grote ruimten worden overspannen door middel van koepels.

Hoe vanaf circa 1300 in de schilderkunst is getracht realistisch aandoende ruimten weer te geven en welke rol perspectivische methoden daarbij hebben gespeeld.

Hoe onder invloed van de mechanisering en industriële productie de kunst van de twintigste eeuw, met name de beeldhouwkunst, verschuift van de weergave der natuur naar geometrische abstractie en het construeren van ruimtelijke objecten.

Stofbeperking 2003

Hoofdstuk 1

De wereld binnen vier muren

De uitbeelding van de heilige Hiëronymus als geleerde door kunstenaars van de Renaissance

De inrichting van de studiolo

Het kunst- en rariteitenkabinet in de zeventiende eeuw

Hoofdstuk 2

De constructie van de hemel

De constructie van koepels in de materialen ijzer, staal, glas en beton

De veranderende verhouding tussen architect en ingenieur

Hoofdstuk 3

De meetbare ruimte

I. De kunst van het kijken

 

veertiende eeuw

Nieuwe aandacht voor het afbeelden van de werkelijkheid en de rol van de religie daarin

Creëren van een illusionistische ruimte op een plat vlak beperkt tot 'vuistregels'

   

vijftiende en zestiende eeuw

De rol van kunstenaars: Brunelleschi, Masaccio, Alberti

Mechanische hulpmiddelen

Symbolische aspecten

Piero della Francesca

Verkorting en anamorfose

II. Een wijdere blik

 

negentiende eeuw

Topografische schilderkunst

Panorama Mesdag

   

twintigste eeuw

James Turrell

Hoofdstuk4

Dimensies in beeld

 

I. Kunst in het machinetijdperk

Boccioni en Delaunay

Het begrip modernisme

   

II. Van standbeeld naar constructie

Rodin, Brancusi, Duchamp-Villon, Boccioni

Russisch Constructivisme: Tatlin en Rodchenko Naum Gabo en Moholy-Nagy

   

III. Minimal Art, een nieuwe vorm van Constructivisme

Primary structures: Judd, Andre, LeWitt

Exameneisen 2003

De kandidaat moet in staat zijn om, voornamelijk vanuit het beeld, aan te geven:

1. Wat het verband is tussen de uitbeelding van de kerkvader Hieronymus en de inrichting van het studeervertrek van de Renaissance-geleerde

2. Hoe bij de decoratie van de studiolo van Federico da Montefeltro een encyclopedisch beeld van de wetenschappen wordt uitgewerkt

3. Hoe de toename van kennis in de zeventiende eeuw leidt tot het aanleggen van verzamelingen en hoe het rariteitenkabinet is ingericht en geordend

4. Wat de wetenschappelijke en kunstzinnige waarde is van de kunst- en rariteitenkabinetten in Nederland en waarom collecties vaak worden 'geportretteerd' op schilderijen en in gravures

5. Wat de architectonische betekenis is van het Pantheon en welke technische vindingen zijn toegepast bij de bouw ervan en bij latere Byzantijnse koepelkerken

6. Hoe de koepelconstructies van de Renaissance werden verbonden met het ideaal van de centraalbouw zoals uitgewerkt in de Sint Pieter

7. Waarom vanaf het einde van de achttiende eeuw nieuwe overspanningsconstructies mogelijk en noodzakelijk worden en wat de bouwtechnische mogelijkheden zijn van ijzer, staal, beton en glas

8. Hoe door de eeuwen bouwkunst een samengaan is geweest van architect en ingenieur zoals blijkt uit de geschriften van Vitruvius en Alberti en hoe dit verandert in de negentiende eeuw

9. Wat het belang is van de constructie en toepassing van de geodetische koepels van Buckminster Fuller

10. Welke maatschappelijke en ecologische aspecten een rol hebben gespeeld bij de renovatie van de Reichstag in Berlijn

11. Voor welke problemen schilders in de vijftiende eeuw werden gesteld bij hun pogingen de meetbare ruimte vanuit één gezichtshoek op het vlak weer te geven en welke rol de mathematica daarbij heeft gespeeld

12. Op welke wijze de toepassing van perspectief kan bijdragen aan de symbolische betekenis van een schilderij

13. Welke combinatie van theoretische kennis en praktische methoden de achtergrond vormt van Italiaanse plafondschilders in de zestiende en zeventiende eeuw en van de kerkschilderijen van Saenredam

14. Hoe het negentiende-eeuwse panorama inspeelde op het verlangen naar een wijdere blik op de wereld en in welk opzicht panoramaschilders verder gingen dan perspectiefschilders in het verleden en welke methodes ze daarbij toepasten

15. Wat kenmerkend is voor de ruimte-ervaring die wordt geboden in de installaties van James Turell

16. Hoe kunstenaars als Boccioni en Delaunay in hun schilderijen het opkomend machinetijdperk in beeld brengen

17. Hoe beeldhouwers in het begin van de twintigste eeuw experimenteren met nieuwe thema's, werkwijzen en materialen

18. Welke bijdrage de Russische Constructivisten, met name Tatlin en Rodchenko, leveren aan een kunstvorm die de moderne mechanisering weerspiegelt en hoe deze vernieuwingen worden voortgezet in West-Europa door Gabo en Moholy-Nagy

19. Tegen welke kunsthistorische achtergrond de Minimal Art ontstaat en wat het verband is met het Constructivisme

20. Welke kunstopvattingen bepalend zijn voor de ruimtelijke constructies van Judd, Andre en LeWitt

De voorzitter van de CEVO,drs. J. Bouwma

Pijl omhoog