Aanpassing verlichtingsmaatregelen profielen havo/vwo

kenmerk: VO/BOB-2001/28277
datum: 24 juli 2001
gepubliceerd: Gele katern 2001, nr. 18a, p. 82 t/m 85

Door deze regeling worden de tijdelijke verlichtingsmaatregelen, zoals die zijn getroffen voor de profielen havo/vwo, met een jaar verlengd en worden de (permanente en tijdelijke) verlichtingsmaatregelen op enkele punten aangepast.

Deze regeling treedt in werking op 1 augustus 2001.

Zie verder het onderwerp examenprogramma's.


Besluit

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op:

- artikel 7, eerste lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en

- artikel VI, onderdeel F, van de Wet van 2 juli 1997, Stb. 322 (profielen voortgezet onderwijs);

Besluit:

Artikel 1. Verlenging Regeling profielen 2000

De in artikel 3, eerste lid, van de Regeling profielen 2000 (Uitleg OCenW-Regelingen van 29 maart 2000, nr. 9) genoemde tijdelijke afwijkingen zijn, behalve op de leerlingen en kandidaten genoemd in het derde, vierde en vijfde lid van genoemd artikel, tevens van toepassing op:

a. de leerlingen die in het schooljaar 2002-2003 beginnen met het vierde leerjaar van een school voor vwo of havo;

b. de leerlingen die in het schooljaar 2003-2004 beginnen met het vijfde leerjaar van een school voor vwo;

c. de kandidaten die uiterlijk in het jaar 2004 het eindexamen of een deel-eindexamen havo aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs afleggen en uiterlijk in het jaar 2005 het eindexamen of een deeleindexamen vwo aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs afleggen.

Artikel 2. Onderdelen uitgesloten van examen

Ten aanzien van de onderdelen van het examenprogramma die door de CEVO met toepassing van het in bijlage 2 van de Regeling profielen 2000 bepaalde zijn aangewezen om niet in het centraal examen aan de orde te komen, bepaalt de school of die onderdelen in het schoolexamen aan de orde komen, en zoja op welke wijze.

Artikel 3. Praktische opdrachten

In afwijking van het in de Regeling profielen 2000 bepaalde, geldt als tijdelijke afwijking voor de praktische opdrachten het in de bijlage bepaalde.

Artikel 4. Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2001, met dien verstande dat de school ten aanzien van de toepassing van de artikelen 2 en 3 kan bepalen met ingang van welke datum deze plaatsvindt. Deze datum kan voor de verschillende onderdelen en groepen leerlingen verschillen, en de toepassing kan ook plaatsvinden met terugwerkende.

Artikel 6. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanpassing verlichtingsmaatregelen profielen havo/vwo.

De staatssecretaris van onderwijs,cultuur en wetenschappen, drs. K.Y.I.J. Adelmund

Toelichting

Deze regeling bevat enkele aanpassingen van de permanente ('december 1998') en tijdelijke ('december 1999') verlichtingsmaatregelen zoals die zijn getroffen voor de profielen havo/vwo. Deze aanpassingen zijn gebaseerd op de resultaten van de zgn. monitoring van de invoering van de nieuwe tweede fase havo/vwo (profielen) en het overleg daarover met organisaties van het onderwijs en de Tweede Kamer.

De aanpassingen omvatten:

a. Verlenging van de tijdelijke verlichtingsmaatregelen met een jaar (artikel 1).

b. Aanpassing van de eerdere permanente verlichtingsmaatregelen (artikel 2). De aanpassing houdt in, dat de onderdelen die de CEVO heeft aangewezen als niet aan de orde komende in het centraal examen, ook niet meer aan de orde behoeven te komen in het schoolexamen. (NB: Hiermee vervallen dus de daarmee strijdige opmerkingen in de CEVO-mededelingen Regeling aanwijzing niet - c.e. stof profielen 2002, Uitleg Gele katern van 26 juli 2000, nr. 18b en Regeling aanwijzing niet-c.e. stof profielen 2003, Uitleg Gele katern van 27 juni 2001, nr. 18). Kiest de school ervoor ze wél te handhaven in het schoolexamen, dan kan dit gebeuren op een wijze door de school zelf te bepalen. De school kan bijvoorbeeld zelf een keuze maken uit de eindtermen.

c. Inhoudelijke aanpassing van de tijdelijke verlichtingsmaatregelen (artikel 3). De aanpassing houdt in, dat de school een grotere vrijheid krijgt in de weging van de praktische opdrachten. Voor de meeste vakken mag deze variëren tussen 20% en 40 %. Daardoor ontstaat ruimte voor meer praktische opdrachten, als de school daarvoor kiest.Bij Latijnse en Griekse taal en letterkunde is de vrijheid nog op andere wijze vergroot: de school mag bij die vakken ook kiezen voor het laten vervallen van de praktische opdracht. Daaraan bestaat bij veel leraren behoefte, omdat praktische opdrachten immers ook al deel uitmaken van het vak klassieke culturele vorming.

De school kiest er zelf voor wanneer en voor welke groepen leerlingen de maatregelen worden toegepast (artikel 5). Het programma van toetsing en afsluiting mag zonodig in verband daarmee tussentijds worden aangepast. De terugwerkende kracht is vanzelfsprekend beperkt tot de leerlingen die zich nog voorbereiden op het examen.

Voor het overige blijven de bestaande regelingen (inclusief de verlichtingsmaatregelen) van toepassing. In verband met wensen die door veel leraren in deze richting worden uitgesproken wordt er wel op gewezen, dat de examenprogramma's van de zgn. deeltalen wel ruimte bieden voor het aandacht besteden aan méér vaardigheden dan alleen leesvaardigheid (vwo) resp. luistervaardigheid en gespreksvaardigheid (havo). De toetsen van het schoolexamen moeten op de genoemde onderdelen betrekking hebben. Maar het onderwijs behoeft zich daartoe niet te beperken. Bij het onderwijs in leesvaardigheid kan natuurlijk de vreemde taal voertaal zijn in de les. De gespreksvaardigheid kan worden geoefend aan de hand van een gesprek over een (in de vreemde taal) gelezen tekst. En zo zijn meer mogelijkheden denkbaar. Zie hiervoor ook de brochure 'Compact en apart' van het Nationaal Bureau Moderne vreemde talen (Enschede, april 2001).

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen, drs. K.Y.I.J. Adelmund

Bijlage

Algemene natuurwetenschappen

Het aantal verplichte praktische opdrachten wordt beperkt tot één. De school mag kiezen voor twee praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 25% en ten hoogste 50%.

Wiskunde A (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40% (voor wiskunde A1 havo: ten hoogste 30%).

Wiskunde B (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Natuurkunde (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Het practicum is een praktische opdracht. De leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid voert in ten minste één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie één of meer kortdurende practica uit.

Scheikunde (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Het practicum is een praktische opdracht. De leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid voert in ten minste één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie één of meer kortdurende practica uit.

Biologie (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40% (voor biologie 1 vwo 30%).

Het practicum is een praktische opdracht. De leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid voert in ten minste één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie één of meer kortdurende practica uit.

Geschiedenis, profiel economie en maatschappij en cultuur en maatschappij (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één (al of niet 'beperkt').

De school mag kiezen voor meer ('beperkte') praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Geschiedenis, gemeenschappelijk deel (vwo)

De weging van de praktische opdracht in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 30%.

Aardrijkskunde

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één (al of niet 'beperkt').

De school mag kiezen voor meer ('beperkte') praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%. De eis dat ten minste één praktische opdracht betrekking heeft op verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken die van belang zijn voor de eigen regio, vervalt.

Maatschappijleer, vrij deel/profiel cultuur en maatschappij (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Maatschappijleer, gemeenschappelijk deel (vwo, havo)

De weging van de praktische opdracht in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 30%.

Economie (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Management en organisatie (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Filosofie (vwo, havo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

Informatica (vwo, havo)

Zie de Regeling profielen 2000 (geen wijziging).

Latijnse en Griekse taal en letterkunde

De verplichting tot een praktische opdracht vervalt. De school mag kiezen voor een of meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten hoogste 40%.

Klassieke culturele vorming (vwo)

Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één.

De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten.

De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is ten minste 20% en ten hoogste 40%.

De school maakt zelf een selectie uit het handelingsdeel, met inachtneming van de in de regelgeving aangegeven studielast.

Pijl omhoog