Regeling cultuurvouchers voortgezet onderwijs

kenmerk: VO/TAB-1999/23845
datum: 5 juni 1999
gepubliceerd: Gele katern 1999, nr. 18

Tussen de Stichting CJP en het ministerie van OCenW is op 3 juni jl een overeenkomst gesloten met het oog op de verspreiding en inning van cultuurvouchers voor het voortgezet onderwijs.

Havo- en vwo-leerlingen die starten met het vak culturele en kunstzinnige vorming 1 en gymnasiumleerlingen met het vak klassieke culturele vorming (kcv) ontvangen cultuurbonnen en een bijbehorende CJP/CKV-pas ontvangen.

De regeling regelt de verstrekking van deze vouchers aan scholen voor havo en vwo.

Deze regeling treedt in werking op 26 juni 1999 en is voor het eerst van toepassing op het schooljaar 1999-2000.


Besluit

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs: een uit 's Rijks kas bekostigde school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;

b. school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs: een uit 's Rijks kas bekostigde school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in de wet op het voortgezet onderwijs;

c. buitenschoolse culturele activiteiten: buitenschoolse culturele activiteiten in het kader van het vak culturele en kunstzinnige vorming I of het vak klassieke culturele vorming;

d. cultuurvouchers: bonnen met een geldswaarde, die inwisselbaar zijn bij buitenschoolse culturele activiteiten;

e. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

f. Stichting CJP:de Stichting Cultureel Jongeren Paspoort, gevestigd te Amsterdam;

g. koepelorganisaties: Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecteuren/Stichting Promotie Theater- en Concertbezoek (VSC/SPTC), Vereniging van Vlakke Vloertheaters (VVT), Nederlandse Museum Vereniging en Museum Jaarkaart (NMV/MJK), Nederlandse Federatie voor Cinematografie (NFC), Vereniging Nederlandse Poppodia (VNP), Vereniging Kunstzinnige Vorming, Federatie Kunstuitleen.

Artikel 2. Doel en verstrekking

1. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs cultuurvouchers ten behoeve van buitenschoolse culturele activiteiten door leerlingen die in het vierde leerjaar onderscheidenlijk in het vierde of vijfde leerjaar beginnen met onderwijs in het vak culturele en kunstzinnige vorming I of het vak klassieke culturele vorming.

2. Indien het bevoegd gezag van een school geen cultuurvouchers aanvraagt, wordt in plaats daarvan geen financiële tegemoetkoming verstrekt.

3. Indien een leerling zowel het vak culturele en kunstzinnige vorming I als het vak klassieke culturele vorming volgt, worden de cultuurvouchers slechts verstrekt voor één van deze vakken.

4. Per leerling worden cultuurvouchers verstrekt met een totale waarde van ¯ 50,-, samen met een daarbij behorende CJP/CKV-pas.

Artikel 3. Uitvoering door de Stichting CJP

De cultuurvouchers worden namens de minister verstrekt door de Stichting CJP op basis van een overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en de Stichting CJP van 3 juni 1999. Deze overeenkomst is als bijlage bij deze regeling gevoegd.

Artikel 4. Aanvraag

1. Cultuurvouchers worden op aanvraag verstrekt. De aanvraag wordt ingediend bij de Stichting CJP voor 10 oktober van het schooljaar waarin een cultuurvoucher moet worden besteed.

2. Het bevoegd gezag levert aan de Stichting CJP op de door de minister aan te geven wijze de gegevens die nodig zijn voor de verstrekking van cultuurvouchers.

3. Indien de aanvraag bij de Stichting CJP is ontvangen na 10 oktober of de gegevens op dat tijdstip onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, komt het bevoegd gezag slechts in aanmerking voor cultuurvouchers na betaling van administratiekosten aan de Stichting CJP.

Artikel 5. Besteding cultuurvouchers

1. Cultuurvouchers kunnen slechts worden besteed ten behoeve van buitenschoolse culturele activiteiten bij de culturele instellingen die zijn geplaatst op een door de minister vastgestelde lijst, voorzover die instellingen daarin hebben toegestemd. De Stichting CJP draagt zorg voor voldoende bekendmaking van de lijst.

2. Voor plaatsing op deze lijst komen in ieder geval in aanmerking instellingen die zijn aangesloten bij de culturele koepelorganisaties. Voor plaatsing op de lijst komen voorts in aanmerking instellingen die in verband met culturele activiteiten subsidie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ontvangen.

3. De minister kan, zo nodig op basis van advies van een of meer externe deskundigen, andere culturele instellingen op de lijst plaatsen en instellingen van de lijst verwijderen.

4. Besteding van cultuurvouchers bij de culturele instellingen geschiedt overeenkomstig een door de Stichting CJP opgesteld en door de minister goedgekeurd reglement.

5. Het bevoegd gezag kan cultuurvouchers laten besteden door de leerling op wiens naam de cultuurvouchers zijn gesteld, of door een leraar ten behoeve van een groep van leerlingen.

6. De cultuurvouchers hebben een geldigheidsduur van één jaar.

Artikel 6. Verplichtingen

1. Het bevoegde gezag is verantwoordelijk voor een zorgvuldig gebruik van de cultuurvouchers overeenkomstig het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

2. Verlies of diefstal van cultuurvouchers geeft geen recht op een nieuwe verstrekking.

3. Het bevoegd gezag van een school dat cultuurvouchers heeft ontvangen, stelt de minister in de gelegenheid aan de Stichting CJP de gegevens te verstrekken over zijn school en de leerlingen daarvan die van belang zijn voor een onderzoek naar de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.

Artikel 7. Begrotingsvoorbehoud

Cultuurvouchers ten laste van de begroting van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, worden verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 8. Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 9. Inwerkingtreding en expiratie

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is geplaatst, en is voor het eerst van toepassing op het schooljaar 1999-2000.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2002.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling cultuurvouchers voortgezet onderwijs.

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen, dr. F. van der Ploeg

Toelichting

De Wet op het voortgezet onderwijs voorziet in het vak culturele en kunstzinnige vorming (ckv 1) als verplicht onderdeel voor alle leerlingen van de bovenbouw havo en vwo, en in het vak klassieke culturele vorming (kcv) voor gymnasiumleerlingen. In het kader van de invoering van het vak ckv 1 nemen leerlingen, overeenkomstig het examenprogramma ckv 1 (mei 1998), in het havo deel aan ten minste 6 en in het vwo aan ten minste 10 culturele activiteiten.

Om deelname van leerlingen aan culturele activiteiten te stimuleren en te faciliteren, ontvangen scholen met ingang van het schooljaar 1999-2000 cultuurvouchers. De cultuurvouchers worden verstrekt aan het bevoegd gezag van de betrokken scholen voor leerlingen in het havo of het vwo in het leerjaar waarin zij starten met het vak ckv 1 of kcv.

De cultuurvouchers geven, samen met de CJP/CKV-pas, korting op de toegangsprijs van buitenschoolse culturele activiteiten. Zij kunnen worden besteed bij een groot aantal culturele instellingen.

Het is aan de school om te bepalen of en hoe de cultuurvouchers worden besteed. De leerling heeft geen aanspraak op de cultuurvouchers. De school kan besluiten dat de cultuurvouchers individueel door de leerling worden besteed of collectief door de verantwoordelijke docent ten behoeve van een groep leerlingen. Ook kan een school besluiten om geen cultuurvouchers aan te vragen of om de cultuurvouchers niet te besteden. In dat geval wordt overigens geen geld in plaats daarvan uitgekeerd.

Dit vouchersysteem, dat een experimenteel karakter heeft, is opgezet in samenwerking met de Stichting CJP, die de uitvoering daarvan verzorgt. Met de Stichting CJP is daarover een overeenkomst gesloten. De regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2002 omdat ook de overeenkomst (behoudens verlenging) op drie schooljaren betrekking heeft.

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen, dr. F. van der Ploeg

Pijl omhoog