Pilot dyscalculie rekentoets VO

In dit pilotjaar wordt voor leerlingen zowel in 2F als in 3F de mogelijkheid geboden tot het afleggen van een aangepaste rekentoets (de ER-toets). Aan 2F- en 3F-leerlingen met dyscalculie/ernstige rekenproblemen wordt de mogelijkheid geboden tot het afleggen van een rekentoets waarbij er aanpassingen zijn gedaan in zowel de eisen (de opgaven zijn eenvoudiger), de hulpmiddelen, als de afnamecondities.

Data afname ER-toets

Omdat de ER-toets voor een kleine groep leerlingen bestemd is, zijn er maar een beperkt aantal varianten van de ER-toets beschikbaar. Daarom is de afname van de ER-toets beperkt tot door het CvTE aangewezen dagen.

Aangepaste eisen

De aangepaste toets bevat ten opzichte van 3F resp. 2F eenvoudiger rekenopgaven. Te denken valt voor 2F aan de 50% eenvoudigste opgaven van de huidige 2F-voorbeelden, en voor 3F aan een mix van eenvoudige 3F-opgaven en opgaven vergelijkbaar met 2F.

Normering en uitslagregel

Voor BB, KB en GL/TL zal ook bij de aangepaste toets de gedifferentieerde normering gelden die rekening houdt met de te verwachten vaardigheidsverschillen tussen de leerlingen in deze leerwegen.

De uitslagregel blijft ongewijzigd. Met andere woorden: vanaf het moment dat de rekentoets, de examens Nederlandse taal, Engels en wiskunde meetellen in de door de leerling gevolgde leerweg, is ongeacht de keuze voor de standaard of aangepaste rekentoets, voorwaarde voor slagen (naast andere eisen) dat de leerling voor rekenen en Nederlandse taal beide een voldoende heeft, of voor een van beide een voldoende en voor de ander een 5. Zie ook het Examenbesluit VO.

Hulpmiddelen

Rekenmachine

Bij de aangepaste rekentoets mag de leerling bij alle opgaven een rekenmachine gebruiken. Dat kan de ingebouwde rekenmachine zijn, maar de leerling mag ook een eigen rekenmachine gebruiken. De opgaven zijn aan het gebruik van de rekenmachine aangepast. Een opgave die met rekenmachine geen zinvolle rekenactiviteit meer meet, wordt aangepast of vervalt.

In de toets 2014 wordt gekozen voor het schrappen van de rekenmachineloze opgaven, in volgende jaren kunnen deze opgaven voor gebruik met de rekenmachine zijn aangepast.

Rekenkaart

Bij de aangepaste rekentoets mag de leerling bij alle opgaven de door het CvE vastgestelde rekenkaart gebruiken. De kaart moet worden gezien als een rekenhulp en kladpapier. Alle eisen ten aanzien van kladpapier gelden: dus inname en vernietiging na afloop van de toets.

Verschillende scholen hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aan CvE alternatieven voor de rekenkaart voor te leggen. Eén aanvulling uit de voorstellen kan relevant zijn voor andere scholen. In de geest van de verhoudingstabellen over eenheden is een verhoudingstabel toegevoegd over de eenheid 'tijd' (uren, minuten en seconden). De aanvulling past op de bedoeling van de rekenkaart. Omdat de aanvulling uitgaat van hetzelfde principe als de overige tabellen gaat het CvE ervan uit dat leerlingen die vertrouwd zijn met de standaard rekenkaart ook deze aanvulling zinvol kunnen gebruiken. De school mag daarom aan iedere leerling die rechtens van de rekenkaart gebruik maakt, ook deze aanvulling verstrekken.

Een goede, zorgvuldige afweging van alternatieven voor de rekenkaart vergt tijd. Daarnaast heeft ook de leerling recht op enige tijd om met een op onderdelen gewijzigde kaart vertrouwd te raken. Het CvE gaat er daarom van uit dat na deze aanvulling niet nog voor de afnames in 2014 verdere aanvullingen volgen en wijst met klem op de noodzaak om gewenste aanpassingen van de rekenkaart tijdig aan het CvE voor te leggen.

Afnamecondities

Bij de aangepaste rekentoets is terugbladeren mogelijk. De leerling kan zijn eigen strategie bepalen bij de keuze van de volgorde van te maken opgaven, en kan ook terug naar een eerder gemaakte opgave en het antwoord alsnog wijzigen.

De afnametijd voor de aangepaste rekentoets wordt zo vastgesteld dat een half uur meer tijd wordt gegund. De definitieve afnametijd hangt nog af van de definitieve lengte van de toets maar zal naar waarschijnlijkheid een half uur meer zijn dan de huidige standaard tijd.

Standaard rekentoets voor leerlingen met dyscalculie

De leerling met een dyscalculieverklaring die niet aan de ER-toets deelneemt, heeft op basis van zijn dyscalculieverklaring recht op maximaal 30 minuten tijdverlenging en recht op het gebruik van de door het CvTE vastgestelde rekenkaart. Het gebruik van de rekenmachine is NIET toegestaan.

Consequentie voor leerling bij deelname aan de ER-toets

In de pilotjaren 2013-2014 en 2014-2015 is deelname aan de aangepaste rekentoets nog niet zichtbaar op de resultatenlijst van de leerling en zijn er geen formele doorstroomconsequenties voor de leerling.

Voorlichtingsbrochure

Onderstaande pdf bevat onder andere de informatie van de voorlichtingsbijeenkomsten op 7, 9 en 15 oktober 2013. De informatie is vastgesteld op 16 oktober 2013 en zal indien nodig in de loop van het schooljaar 2013-2014 (zichtbaar) worden geactualiseerd.

Voorbeelden en oefenmateriaal

Voor scholen is enig voorbeeld- en oefenmateriaal ter beschikking. Net als van de reguliere rekentoetsen wordt ook van de aangepaste toets een voorbeeld geleverd als pdf en in Examentester.

Het voorbeeld in Examentester is te downloaden via het Cito-portal. Examensecretarissen kunnen hierop inloggen met de bij hen bekende gegevens. Om de voorbeeldtoetsen 2ER (ER = ernstige rekenproblemen) en 3ER te downloaden, kiest u in de Cito-portal in het linker menu voor Rekentoets VO.

Het pdf-voorbeeld is via onderstaande links beschikbaar.

Een belangrijk uitgangspunt van de pilot dyscalculie is, dat naast een ruimer hulpmiddelengebruik ook de eisen zijn aangepast. Haalbaarder eisen zijn een belangrijke stimulans om te blijven oefenen. Wélke eisen voor leerlingen met dyscalculie of ernstige rekenproblemen fair zijn, is een van de vragen die in de pilot zullen worden beantwoord.

Voor 2014 is een pragmatische keuze gemaakt. Bij de voorbeeldtoetsen 'aangepast 3F' is geput uit voorbeeldtoetsen 2F, bij de voorbeeldtoetsen 'aangepast 2F' uit de eenvoudiger 2F-opgaven. De voorbeelden en de voorbeeldnormering geven een indicatie van de eisen die in 2014 zullen worden gesteld. Dit is een pragmatische keuze alleen voor 2014.

De uitkomsten en nader onderzoek zullen bepalen welke eisen in volgende jaren kunnen worden gesteld. Er is dus geen sprake van dat per definitie 2F geacht wordt het geschikte niveau te zijn voor leerlingen in een 3F-stroom (havo of vwo) die ernstige rekenproblemen hebben. De korte voorbereidingstijd maakte dat gebruik van 2F-opgaven in de 'aangepaste 3F' toets voor 2014 de enig haalbare optie is. Mede aan de hand van de resultaten van de pilot in 2014 zullen de eisen en zal de aard van de opgaven voor 2015 worden vastgesteld. Uiteraard zullen scholen daarover tijdig worden geïnformeerd – tijdiger dan in het lopende cursusjaar mogelijk was.

Pijl omhoog