Bijlage 1 bij Regeling toegestane hulpmiddelen 2008, vmbo

1. Wat is er anders in 2008?

Voor het vmbo is ten opzichte van 2007 bij de hulpmiddelen niets gewijzigd.

2. Toegestane hulpmiddelen vmbo 2008

vak

leerweg

hulpmiddel

Alle vakken

Alle leerwegen

Basispakket, bestaande uit:

  • Schrijfmateriaal incl millimeterpapier
  • Tekenpotlood
  • blauw en rood kleurpotlood
  • liniaal met millimeterverdeling
  • passer
  • geometrische driehoek
  • vlakgum
  • elektronisch rekenapparaat 3)

Alle schriftelijke examens

Alle leerwegen

Woordenboek Nederlands 1)

Fries, Moderne vreemde talen

Alle leerwegen

Woordenboek naar en vanuit de vreemde taal c.q. naar en van Fries 2)

Frans

BB en KB

computer

wiskunde

Alle leerwegen

Naast of in plaats van de geometrische driehoek: een windroos

NaSk1, NaSk2

Alle leerwegen

Door CEVO goedgekeurd informatiemateriaal 4)

Muziek, dans, drama

GL, TL

computer

voertuigentechniek

BB, KB, GL

symbolenboekje

Landbouw: plantenteelt, groene ruimte, bloembinden en -schikken

BB, KB, GL

Plantenboek

Cspe beroepsgericht en cpe beeldend

BB en KB (cspe), GL en TL (cpe beeldend)

De informatie over de benodigde materialen, grondstoffen, gereedschappen en/of hulpmiddelen bij de praktische opdrachten van het cspe wordt elk jaar in de instructie voor de examinator meegedeeld. Het gebruik van een woordenboek Nederlands is bij deze praktische examens niet toegestaan

3. Toelichting bij de tabel

3.1. woordenboek Nederlands

Een eendelig verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij alle schriftelijke examens ; dus

NIET: bij cspe's BB, KB en GL, (ook niet bij de minitoetsen), en bij cpe beeldend (GL/TL)

WEL: bij cse's beroepsgericht in de gemengde leerweg en bij cse beeldend (GL/TL)

In plaats van het eendelig woordenboek Nederlands mag ook gebruik gemaakt worden van een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal (bijvoorbeeld naar de thuistaal van de kandidaat).

Een digitaal woordenboek is niet toegestaan.

In 2008 worden schrijfwijzen volgens de spelling van 1995 niet fout gerekend. Gebruik van ''verouderde'' woordenboeken benadeelt de kandidaat bij het centraal examen 2008 niet. (Deze overgangsbepaling geldt voor het laatst in 2008).

Het woordenboek kan een natuurlijk en vanzelfsprekend hulpmiddel zijn dat de kandidaat zekerheid verschaft bij een enkel woord; het kan ook leiden tot bijvoorbeeld tijdnood als een kandidaat zekerheidshalve te veel woorden opzoekt. Bij vakspecifieke termen kan het woordenboek ook aanleiding geven tot verwarring. Een voorbeeld: eentonigheid heeft in het vak muziek een betekenis die niet strookt met de beschrijving in een woordenboek.

Op Examenblad.nl staat een nadere toelichting op woordenboekgebruik en de voorbereiding van de kandidaten. In situaties zoals het voorbeeld bij het vak muziek is de vakinhoudelijke omschrijving de geldige; voor een inhoudelijk afwijkende omschrijving worden geen punten toegekend, ook niet als de kandidaat deze omschrijving letterlijk aan het woordenboek heeft ontleend.

3.2. woordenboek bij Fries en de moderne vreemde talen

Bij Fries en de moderne vreemde talen is een woordenboek naar én een woordenboek vanuit Fries c.q. de moderne vreemde taal toegestaan, in één band of in twee afzonderlijke delen. Een woordenboek naar de vreemde taal is zinvol bij centrale examens die een onderdeel schrijfvaardigheid bevatten: GL/TL Engels, BB en KB Frans en computerexamens Engels en Duits BB en KB. Een digitaal woordenboek is niet toegestaan

3.3. rekenmachine

Bij wiskunde KB en GL/TL, NaSk1 KB en GL/TL en NaSk2 GL/TL moet de rekenmachine naast de grondbewerkingen tevens beschikken over toetsen voor pi, x tot de ye macht, x kwadraat 1/x en sin/cos/tan in graden (en hun inversen). Bij de overige vakken en bij alle vakken BB zijn de grondbewerkingen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen voldoende. Meer mogelijkheden mag, maar:

De rekenmachine mag niet één of meer van de volgende eigenschappen hebben: lichtnetaansluiting tijdens het examen, opladen tijdens het examen, schrijfrol, alarm of ander geluid, alfanumeriek (letters op scherm), grafieken weergeven, zend- of ontvanginstallatie.

3.4. informatieboek bij NaSk1 en NaSk2

Bij het centraal examen NaSk1 in alle leerwegen en NaSk2 in de gemengde en theoretische leerweg heeft de kandidaat op het centraal examen informatiemateriaal nodig. Goedgekeurd zijn:

Voor BB: Binas vmbo basis, informatieboek Na/Sk1, (ISBN 90.01.89.37.91)

Voor KB en GL/TL: Binas vmbo kgt, informatieboek voor NaSk 1 en NaSk 2 (ISBN 90.01.89.37.83)

In de Binas uitgaven voor het vmbo staan enkele fouten. Voor zover deze voor het centraal examen van belang kunnen zijn, staan die hieronder vermeld. Het is toegestaan deze fouten in Binas vmbo te verbeteren.

NB de errata wijken niet af van de in 2006 en 2007 gepubliceerde.

Errata BINAS voor KB en GL/TL

 

tabel 30

cesium: Cs in plaats van Ce

Ga relatieve atoommassa 69,5 moet 69,7 worden

tabel 31

neon 10 in plaats van neon 20

Fe relatieve atoommassa 55,9 moet 55,8 worden

Ar relatieve atoommassa 40,0 moet 39,9 worden

tabel 32

Hg - Br: m in plaats van n

Tabel 39

kachgas moet zijn lachgas

Errata BINAS voor BB

 

tabel 5

Inhoud, piramide

1/3 G x h = oppervlakte grondvlak x hoogte moet zijn:

1/3 G x h = 1/3 x oppervlakte grondvlak x hoogte

 

Inhoud, kegel

1/3G x h = oppervlakte grondvlak x hoogte moet zijn:

1/3G x h = 1/3 x oppervlakte grondvlak x hoogte

4. Aanvullende opmerkingen:

4.1. Formules wiskunde

Bij de exameneenheid Meetkunde van het centraal examen wiskunde in BB, KB en GL/TL moet de kandidaat enkele oppervlakte- en inhoudsformules kunnen toepassen, de kandidaat hoeft deze formules echter niet te kennen (zie het eindexamenprogramma). Bij de examens BB worden de formules vermeld in het examen bij de opgave(n) waarvoor en indien zij relevant zijn. De kandidaat moet eenvoudige meetkundige berekeningen (zoals de oppervlakte in een rechthoekige driehoek) ook moet kunnen uitvoeren zonder de bijgeleverde formule.

Bij de examens KB en GL/TL worden alle formules opgesomd in één tabel in het examen.

4.2. Verschillen met havo en vwo

Enkele verschillen met de regeling voor havo en vwo worden hier nader onder de aandacht gebracht:

a. bij biologie vmbo is géén informatieboek toegestaan.

b. bij aardrijkskunde vmbo is géén atlas toegestaan

4.3 computer

Bij Frans BB en KB en bij muziek, dans en drama staat in het overzicht de computer als hulpmiddel vermeld. Bij deze examens is de computer als hulpmiddel nodig: de examens worden via de computer afgenomen.

Bij de beroepsgerichte examens (cspe) in BB, KB en GL wordt de computer vaak als vakgericht hulpmiddel ingezet, Daarnaast hebben deze examens minitoetsen theorie die via de computer kunnen worden afgenomen.

In de basisberoepsgerichte leerweg worden in een pilot alle avo-vakken via de computer afgenomen. De pilot is in 2007 uitgebreid tot circa 200 scholen.

Bij alle schriftelijke examens is de computer toegestaan als schrijfgerei. De school kan dat toestaan voor alle kandidaten, kan het ook toestaan voor speciale groepen kandidaten bijvoorbeeld de dyslectische kandidaten. Als de computer als schrijfgerei wordt gebruikt, is het van belang dat kandidaten geen toegang hebben tot verboden hulpmiddelen (zoals een digitale atlas of een digitaal woordenboek), en moet ook o.m. de opslag (bijvoorbeeld uitprinten) worden geregeld. Op www.cevo.nl staan aanwijzingen voor scholen die de computer als schrijfgerei willen inzetten.

Bij gebruik van de computer als schrijfgerei hoeft de spellingscontrole niet te worden uitgeschakeld.

De computer kan tenslotte worden gebruikt als hulpmiddel voor kandidaten met een beperking; bijvoorbeeld voor audio (Daisy of spraaksynthese), of voor vergroting ''op maat'' van de pdf van het examen op het beeldscherm. Ook dan mag de kandidaat geen toegang hebben tot verboden hulpmiddelen.

Bij elke inzet van de computer geldt tevens onverkort de lijst van toegestane hulpmiddelen. Met andere woorden: ook naast een examen Frans BB, bij een compex-examen biologie GL/TL of voor een kandidaat die schrijft op de computer, is o.m. een ( papieren ) woordenboek toegestaan. Uit een kleine praktijkproef is gebleken dat deze op het eerste gezicht wellicht anachronistische oplossing goed uitvoerbaar is.

4.4 aanpassingen voor kandidaten met een beperking

Dit overzicht regelt niet de toegestane hulpmiddelen voor kandidaten met een beperking. Daarover beslist de directeur aan de hand van het deskundigenrapport omtrent de beperking van de kandidaat. Als bijvoorbeeld de kandidaat recht heeft op audio, dan is een hulpmiddel dat voor de audio zorgt (daisyspeler, computer of leespen) een toegestaan hulpmiddel; waarbij niet-toegestane hulpmiddelen zoals een digitaal woordenboek ontoegankelijk moeten zijn gemaakt.

Het is mogelijk dat er spanning is tussen de toegestane hulpmiddelen en wat voor de kandidaat op grond van zijn beperking gewenst is. In dat geval verstaat de directeur zich met de inspectie.

4.5 noodzakelijk of toegestaan?

De lijst geeft een opsomming van de toegestane hulpmiddelen. Een kandidaat die bij een vak een voor dat vak toegestaan hulpmiddel gebruikt, is niet in overtreding. Een kandidaat die zonder het hulpmiddel aan het examen wenst deel te nemen, mag echter niet op grond van het ontbreken van het hulpmiddel de toegang worden ontzegd.

De mate waarin een toegestaan hulpmiddel ook noodzakelijk is, varieert tussen vakken, hulpmiddelen en kandidaten. Een feitelijk noodzakelijk hulpmiddel is de binas bij nask1 en nask2: het lijkt niet aannemelijk dat een kandidaat alle informatie heeft gememoriseerd. Bij het verklarend woordenboek Nederlands is de behoefte en noodzaak kandidaatafhankelijk: de een kent meer woorden dan de ander, de een heeft ook meer behoefte aan de zekerheid van het woordenboek dan de ander. Bij examens moderne vreemde talen zonder schrijfvaardigheid is een woordenboek naar de vreemde taal eigenlijk overbodig – het is slechts toegestaan om de regelgeving eenvoudig te houden (bij examens met schrijfvaardigheid is het immers weer wel zinvol), en ter voorkoming van veronderstelde rechtsongelijkheid ten opzichte van kandidaten die beschikken over beide delen in één band.

Door scholen wordt soms gevraagd of de school de hulpmiddelen ter beschikking moet stellen, of dat aan de kandidaat kan worden gevraagd ze mee te nemen. Dat is ter keuze aan de school.

Pijl omhoog