Digitale woordenboeken bij het centraal examen niet toegestaan

2 april 2014

Scholen stellen het CvE vragen over de toelaatbaarheid van digitale woordenboeken bij het centraal examen voor leerlingen met dyslexie, naar aanleiding van een recente uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens.

In de Regeling rooster en toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens vwo, havo en vmbo in 2014 (download bijlage 2) is vermeld dat een digitaal woordenboek niet is toegestaan. Daarvoor heeft het CvE inhoudelijke redenen. Met een digitaal woordenboek kan bijvoorbeeld iemand die geen Spaans beheerst, het centraal examen Spaans TL toch redelijk maken. Daardoor meet het examen niet meer wat met het examenprogramma en de exameneisen wordt beoogd.

De bepaling dat een digitaal woordenboek niet is toegestaan, is onverkort van kracht, óók bij de centrale examens 2014. Als een school niet voldoende ruimte ziet om een belemmering weg te nemen, dient de school contact op te nemen met het CvE. Het CvE gaat dan met de school na of er adequate alternatieven zijn. Afhankelijk van de uitkomst van overleg en onderzoek kan aan de school nadere ruimte worden geboden voor aanpassing, met inachtneming van de exameneisen. Zie ook de brochure centrale examens en kandidaten met een beperking op Examenblad.nl. Scholen hebben dus niet de ruimte om zelf, zonder toestemming van het CvE, buiten de kaders aanpassingen toe te staan.

Examen en onderwijs

Het College voor de Rechten van de Mens meldt op zijn website dat onderwijsinstellingen vaak onvoldoende onderzoeken of aanpassingen wegens een beperking bij toetsen en examens nodig zijn. Het CvE onderschrijft het belang van adequate aanpassingen, ook bij examens, en onderstreept de onderzoeksplicht van onderwijsinstellingen.

Het CvE merkt daarbij op dat de school, door het toestaan van een aanpassing, een belemmering bij een leerling kan wegnemen. Echter, een aanpassing kan ook onbedoeld nadelig werken. Met name bij aanpassingen die op korte termijn een goed toetsresultaat opleveren, maar die op langere termijn niet het vereiste inzicht bevorderen. Een digitaal woordenboek kan bij te frequent gebruik in het onderwijs werken als een inadequate aanpassing, die uiteindelijk belemmerend is voor de leerling.

Woordenboeken

Woordenboeken zijn op de centrale examens sinds 1999 (moderne vreemde talen) en 2007 (bij alle schriftelijke examens) toegestaan. Het woordenboek biedt uitkomst voor een enkel woord waarbij de leerling twijfelt. Als bijvoorbeeld in een rekentoets gevraagd wordt naar de afstand tot een praatpaal, kan het voorkomen dat een leerling niet weet wat een praatpaal is.

Het woordenboek moet beperkt worden gebruikt. Het uitgangspunt is niet dat je wat je kunt vinden, niet hoeft te kennen. Heeft de leerling vaak een woordenboek nodig, dan schiet zijn woordenschat tekort. En woordenschat is een van de pijlers van tekstbegrip.

Digitaal woordenboek

Spraaksynthese is een adequaat hulpmiddel voor dyslectische leerlingen. Sommige programma's bieden daarbij een digitaal woordenboek aan. Dat vergemakkelijkt het lezen van een tekst, maar leidt niet vanzelf tot een grotere woordenschat. Als je in een digitaal woordenboek de vertaling of betekenis vindt, onthoud je die betekenis, maar niet het oorspronkelijke woord. Volgens de Nieuw-Zeelandse hoogleraar taalkunde Paul Nation is het opzoeken in een woordenboek de snelste manier om een woord te vergeten.

Als de school de leerling in het onderwijs in ruime mate het digitale woordenboek laat gebruiken, dan wordt daar op twee punten risico gelopen. Allereerst beschikt de leerling bij het centraal examen niet meer over wat hij gewend was, namelijk het digitale woordenboek. En ten tweede blijft door het gebruik van het digitale woordenboek wellicht de inhoudelijke voorbereiding, de opbouw van een woordenschat, achter.

Melden van aanpassingen

Aanpassingen voor de centrale examens worden in het algemeen uiterlijk 1 november door de school bij de inspectie gemeld. Als gewenste aanpassingen buiten het standaardpatroon vallen, moet de school contact opnemen met het CvE. Het CvE raadt aan om dat in een zo vroeg mogelijk stadium te doen, bijvoorbeeld bij de aanvang van de bovenbouw of nog eerder. Dit geeft tijd voor het vinden van adequate aanpassingen die toepasbaar zijn in examen én onderwijs.

Pijl omhoog