Hulpmiddelen bij dyscalculie bij de centrale examens in 2014

19 juli 2013

 

De Regeling rooster en toegestane hulpmiddelen 2014 geeft, net als die in voorgaande jaren, aan dat bij dyscalculie een school geen extra informatiemateriaal (formule- of rekenkaart) mag toestaan.

Rondom het centraal examen 2013 werden door scholen hierover vragen gesteld. Dat was voor het CvE aanleiding om de formulekaart en de werking daarvan nader te analyseren. Dit is gebeurd aan de hand van een aantal door scholen beschikbaar gestelde kaarten.

Een leerling met dyscalculie heeft moeite om betekenisloze formules te automatiseren. Een formule- of rekenkaart kan deze belemmering wegnemen en wordt daarom door deskundigen geadviseerd als een van de gewenste en mogelijk doeltreffende hulpmiddelen. Deskundigen geven ook aan dat er geen standaardkaart is: een werkbare formulekaart moet door de leerling zelf worden samengesteld. Uit de analyse van de gebruikte kaarten blijkt dat veel kaarten ertoe leiden dat in het centraal examen het volgens de exameneisen vereiste inzicht niet meer wordt getoetst. Ook kan de kaart wellicht een belemmering zijn bij de ontwikkeling van het gewenste inzicht. Ook voor de centrale examens 2014 blijft de algemene bepaling gelden dat scholen aanvullend informatiemateriaal bij het centraal examen niet mogen toelaten.

In een pilot in het schooljaar 2013-2014 zal het CvE nagaan of beperkte formulekaarten bij de rekentoets en bij centrale examens met substantieel rekenwerk, een doeltreffend hulpmiddel kunnen zijn. Nadere informatie over de pilot volgt in september 2013.

Achtergrondinformatie

Uit de analyse blijkt dat er grote verschillen zijn in omvang en opzet van de formulekaarten. Sommige kaarten bevatten slechts een enkel verhoudingstabelletje, bijvoorbeeld (voor economie):

 

Procent

100

1

10

25

6

21

106

121

Aantal/bedrag

               

Andere formulekaarten bevatten een gedetailleerde samenvatting van de stof, inclusief een groot aantal formules; bijvoorbeeld (voor economie TL) een twaalftal formules om te rekenen tussen week-, maand-, kwartaal- en jaarbedragen, of (voor wiskunde TL) een formule voor de oppervlakte van een cilinder: oppervlakte = 2πrh + 2πr2

De laatste formule kan als illustratie dienen van de onbedoelde, ongewenste werking van de kaart: bij het centraal examen wiskunde TL moet een kandidaat de oppervlakte van een cilinder kunnen berekenen. Met zo'n opdracht wordt een aantal zaken getoetst. Of de leerling in staat is met meetkundige figuren om te gaan en deze kan opsplitsen in verschillende oppervlakten. Of hij in staat is de oppervlakte te berekenen met een formule die in het examen is gegeven (de oppervlakte van een cirkel staat in het examen). Of hij herkent dat een cilinder 'uitgerold' een rechthoek is, en ziet dat een van de zijden van de rechthoek de omtrek van de cirkel is (ook een formule die in het examen is gegeven). En tenslotte of hij de oppervlakte van de rechthoek kan berekenen, de enige formule die hij moet kennen en dus niet in het examen wordt gegeven. Dit is een formule die op inzicht wordt onthouden: een tegelvloer van vijf bij drie tegels heeft vijf maal drie tegels.

Als een kandidaat de formule voor een cilinder: oppervlakte = 2πrh + 2πr2 gebruikt, wordt het beoogde inzicht niet getoetst maar uitsluitend vaardigheid in het invullen in een formule. Daarvoor zijn andere opgaven in de examens bedoeld. Bij gebruik van de formulekaart kan dan niet meer worden nagegaan of de kandidaat aan de exameneisen voldoet. Om deze reden is het gebruik van een kaart met deze formule bij het centraal examen niet toegestaan.

Sommige scholen staan bij het schoolexamen ruimhartig het gebruik van de door de kandidaat opgestelde kaart toe. Of een kaart afbreuk doet aan de exameneisen is bij het schoolexamen de verantwoordelijkheid van de school. Scholen dienen zich er echter rekenschap van te geven dat door het gebruik van de kaart bij het schoolexamen de voorbereiding op het centraal examen mogelijk niet adequaat is. De kandidaat kan in het traject voorafgaande aan het centraal examen 'vluchten' in het zonder meer toepassen van de formule terwijl het noodzakelijk is (en mogelijk, ook en vooral voor de kandidaat met dyscalculie) om juist het inzicht te ontwikkelen waardoor de formule niet hoeft te worden onthouden. Het is van belang dat de school de didactische afweging maakt of, en tot welk moment, een formulekaart stimuleert en vanaf welk moment de kaart slechts werkt als 'antwoordboekje' dat de ontwikkeling van het vereiste inzicht in de weg staat.

Pilot

Het CvE start in het schooljaar 2013-2014 met een pilot waarin de rekentoets wordt aangepast ten behoeve van leerlingen met ernstige rekenproblemen of dyscalculie. In deze pilot wordt de toetsing op onderdelen aangepast en wordt onderzocht wat het effect is van het toestaan van beperkte hulpmiddelen, zoals verhoudingstabellen. Bovenstaande bezwaar kleeft namelijk niet aan een rekenhulp in de vorm van bijvoorbeeld een procentenverhoudingstabelletje.

Voorlichtingsdagen

Het Steunpunt taal en rekenen VO organiseert op 7, 9 en 15 oktober op diverse plaatsen in het land samen met het CvE, Cito en OCW flitsmiddagen over inhoudelijke aspecten van de rekentoets. Aan deze middagen worden de ochtenden gekoppeld met voorlichting van het CvE over de pilot dyscalculie in de rekentoets. Meer informatie is te vinden op de website van het Steunpunt taal en rekenen VO.

  • A. 
    Algra

Projectmanager CvE 'centrale toetsing en leerlingen met een beperking'

Meer informatie

Pijl omhoog