Vragen over scheikunde vwo 2022

De vragen die hieronder staan vermeld, zijn in het verleden gesteld over het centraal examen scheikunde vwo.

Correctie: algemeen

  • Significante cijfers pH bij waarde van [H+]
    Vraag

    Hoeveel significante cijfers heeft de pH bij een gegeven waarde van [H+]? En hoe zit dat andersom?

    Antwoord

    De vuistregel voor de berekening van de pH, die af te leiden is uit specificatie A8.3 in de syllabus, luidt:

     

    Het aantal decimalen in de pH-waarde komt overeen met het aantal significante cijfers in de waarde van [H+] of [H3O+]

    Voorbeeld 1:

    gegeven [H+] = 1,5 x 10-2. “Bereken de pH.”

    Het juiste antwoord pH = 1,82 bevat dus 2 decimalen.

    Voorbeeld 2:

    “Bereken hoeveel procent van het totaal aantal mol hexanoaat en hexaanzuur aanwezig is als hexaanzuur bij pH = 5,50 (T = 298 K).”

    Het aantal decimalen in de pH is hier 2 dus hoort het antwoord 16 (%) in twee significante cijfers te zijn weergegeven.

    Andersom geldt de vuistregel ook:

     

    Het aantal significantie cijfers in de waarde van [H+] of [H3O+] komt overeen met het aantal decimalen in de pH-waarde.

    Voorbeeld 3:

    Gegeven pH = 1,82. “Bereken de waarde van [H+].”

    [H+] = 1,5 x 10-2 in 2 significante cijfers.

    Let op: Met ingang van 2021 wordt de significantie niet meer in elke rekenvraag beoordeeld. Voor informatie zie het artikel Significantie in de centrale examens scheikunde havo/vwo.

  • Fout antwoord buiten de deelscores
    Vraag

    Mijn leerling maakt een fout die niet in de deelscores terugkomt? Kan ik nu alle punten toekennen?

    Antwoord

    Als een antwoord gedeeltelijk juist is, treedt algemene regel 3.2 in werking: Indien een vraag gedeeltelijk juist is beantwoord, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel. Bij een antwoord waarin een leerling een fout heeft gemaakt, kijkt u dus naar het beoordelingsmodel bij de betreffende vraag in combinatie met de vakspecifieke regels. Als u alle deelscores uit het beoordelingsmodel kunt toekennen en er geen opmerking, indien of vakspecifieke regel is die voorschrijft dat punten in mindering gebracht moeten worden, kunt u alle punten toekennen ondanks de door de leerling gemaakte fout.

  • Wanneer is een fout een rekenfout?
    Vraag

    Wanneer moet een fout in een berekening als rekenfout worden aangemerkt bij scheikunde havo/vwo?

    Antwoord

    Bij het beoordelen van fouten in een berekening dient een verschil te worden gemaakt tussen bewerkingsfouten en rekenfouten. Dit is van belang omdat op grond van vakspecifieke regel 2, per vraag voor rekenfouten samen maximaal 1 punt wordt afgetrokken van het aantal dat volgens het beoordelingsmodel moet worden toegekend.

    Onder rekenfouten worden fouten verstaan als een verkeerde uitkomst uit een juiste bewerking. Bijvoorbeeld verkeerd overgenomen van rekenmachine, eenvoudige rekensom onjuist uit het hoofd berekend of een onjuiste omwerking naar macht (0,005 noteren als 5·103 of 5·10-2).

    Bewerkingsfouten zijn fouten die rechtstreeks met de uit te voeren bewerking hebben te maken. Zoals de molverhouding omgekeerd gebruiken, delen in plaats van vermenigvuldigen, of onjuiste omrekening van eenheden.

    Vervolgvraag

    Klopt het dat een leerling die een verkeerde uitkomst uit een onjuiste bewerking noteert, alleen het bolletje voor de bewerking niet krijgt, en er niet daarbovenop nog een punt wordt afgetrokken vanwege de rekenfout?

    Antwoord

    Vanzelfsprekend kan ook in antwoord met een of meer onjuiste bewerkingen een rekenfout gemaakt worden maar punten die je niet kunt toekennen, kun je ook niet aftrekken. In eerste instantie dient gekeken te worden welke punten een leerling krijgt voor juiste bewerkingen in het antwoord. Als dat groter is dan 0 dan kan ook gekeken worden in hoeverre sprake is van aftrekpunten. Daarbij dient u naast de vakspecifieke regels ook te kijken naar de algemene regels uit het correctievoorschrift. Een fout mag maar één keer aangerekend worden.

    Stel dat een leerling voor het eerste bolletje axb moet doen maar doet a/b en maakt daarbij ook nog een rekenfout. Vervolgens moet voor het tweede bolletje de uitkomst hiervan gedeeld worden door c. Dat doet een leerling goed en rekent daarbij consequent door met zijn foutieve uitkomst van a/b. Dan maakt de leerling geen bewerkingsfout en geen rekenfout in het tweede bolletje. Je zou het tweede bolletje dan toe kunnen kennen zonder een punt af te trekken voor een rekenfout. Het wordt echter anders als niet duidelijk in welk deel van de vraag een rekenfout gemaakt is. Dan kan een leerling wel degelijk een punt aftrek krijgen voor een rekenfout ondanks dat hij op papier heeft laten zien te delen door c (de bewerking is dus goed).

    Het is echter lastig hiervoor een algemene richtlijn op te stellen omdat er zoveel verschillende mogelijkheden zijn in waar een leerling wel of niet een fout maakt. Kortom, uiteindelijk is het ter beoordeling van de docent of er naast een bewerkingsfout in een vraag ook nog punten afgetrokken dienen te worden voor rekenfouten.

  • Gebruik van 'indien' bij correctie
    Vraag

    Hoe moet een ‘indien’ bij de correctie worden gebruikt?

    Antwoord

    Afhankelijk van de formulering kan het indien op 2 manieren worden opgevat:

    − Het indien is exclusief voor het in het indien beschreven antwoord: “indien het volgende antwoord is gegeven”

    − Het indien is voorbeeldmatig voor een range aan vergelijkbare fouten die je kunt maken: “indien een antwoord is gegeven als”

  • Eisen aan structuurformules
    Vraag

    Welke eisen worden in de centrale examens gesteld aan structuurformules bij scheikunde havo/vwo?

    Antwoord

    In de centrale examens worden vaste richtlijnen gehanteerd voor de schrijfwijze van structuurformules. Deze richtlijnen zijn te vinden in bijlage 2 van de syllabus. Van kandidaten wordt verwacht dat zij structuurformules volgens deze richtlijnen noteren, tenzij in de vraag anders is aangegeven.

  • Waarom afgeronde waarden in correctievoorschrift?
    Vraag

    Waarom wordt in het correctievoorschrift scheikunde havo en vwo gerekend met afgeronde waarden?

    Antwoord

    In het correctievoorschrift wordt gerekend met afgeronde waarden. Dit wordt gedaan om in het correctievoorschrift één rekenvoorbeeld te kunnen geven dat aansluit bij de verschillende waarden in Binas en ScienceData. Het gebruik van andere, niet afgeronde, waarden door leerlingen kan leiden tot afwijkingen in de uitkomst. Vanzelfsprekend leiden dergelijke afwijkingen in de uitkomst in een juiste berekening niet tot aftrek van scorepunten. Een voorbeeld is vraag 2 uit het examen scheikunde vwo 2018-I.

    Zie hiervoor ook het artikel Significantie in de centrale examens scheikunde havo/vwo.

  • Wat wordt in het correctievoorschrift bedoeld met de absolute waarde?
    Vraag

    In de deelscore wordt gesproken over de absolute waarde. Wat wordt daarmee bedoeld in de context van de vraag?

    Antwoord

    Zie het voorbeeld hieronder. In de deelscores wordt onder ‘absolute waarde’ de waarde bedoeld, die overgenomen wordt uit het informatieboek, zonder plus of minteken. Het verwerken van plus- of mintekens valt onder ‘rest van de berekening’. Het maakt bij het eerste bolletje dus niet uit of een leerling een verkeerd teken gebruikt omdat hij optelt in plaats van aftrekt of dat de leerling de vormingswarmte in plaats van de ontledingswarmte gebruikt. Deze fouten vallen allemaal onder het laatste bolletje.

     
    Voorbeeld correctievoorschrift scheikunde vwo