Prikbord Engels vwo 2018

Dit prikbord is bedoeld als centrale plek waar docenten Engels vwo 2018 terecht kunnen met hun vragen. Het prikbord is gevuld met veelgestelde vragen over de centrale examens Engels vwo om u als corrector te ondersteunen bij de correctie. Dit prikbord wordt tijdens de examenperiode eventueel aangevuld met nieuw ingekomen vragen en opmerkingen met betrekking tot examinering en correctie van de examens Engels vwo.

Wilt u een e-mailalert ontvangen bij updates van dit prikbord? Klik op 'volg prikbord' bovenaan de pagina.

CSE 2e tijdvak

  • Opgave 2Beantwoord
    Vraag
    Juist omdat er staat "universities have a chance", wat zou kunnen wijzen op een conditional met unless, kan in deze context alternatief C ook juist zijn.
    Antwoord

    Als 'Unless'(C) wordt ingevuld, zou de hoofdzin een ontkenning moeten bevatten om de betekenis te behouden: “universities have NO chance to lead, unless, ....”.

    laatste update 20-06-2018 11:54

  • Opgave 16Beantwoord
    Vraag
    Uitspraak 2 is niet juist: Men heeft het hier over hoe oneerlijk de bevoordeling is van kinderen van alumni. Deze mening is niet te vinden in de brieven, tenzij brief 2 daarvoor wordt aangezien, maar daar staat het niet in. Uitspraak 3 is wel juist: Positive discrimination --de eerdere naam voor affirmative action-- houdt geen rekening met de kansen van kinderen uit arme blanke gezinnen, waardoor hun sociale mobiliteit stagneert. Deze mening kan gevonden worden in brief 3 van Adam Emerson.
    Antwoord

    Bewering 2 is juist op basis van brief 2: Breana Wheeler vindt het verwerpelijk dat er andere normen gelden voor "members of preferred groups", namelijk kinderen met 'family or other "legacy" connections', bijvoorbeeld kinderen van alumni.

    Bewering 3 is niet juist: Adam Emerson zegt dat 'positive discrimination'/'affirmative action' onderdeel is van een groter probleem, namelijk het gelijkstellen van ras aan sociale klasse en het daardoor bemoeilijken van klimmen op de sociale ladder voor de arme blanken. Hij zegt niet dat positieve discriminatie het klimmen op de sociale ladder zou bemoeilijken, maar dat de blanke armen hier niet mee geholpen zijn (alleen niet-blanken).

    laatste update 20-06-2018 11:54

  • Opgave 19Beantwoord
    Vraag
    Antwoord B kan ook correct zijn, want in alinea 2 staat "Regret is what we feel when we realize that we've hurt ourselves" terwijl "Regret is not remorse, which is what we feel when we've hurt others." Zodoende zijn deze twee 'mutually exclusive'.
    Antwoord

    Er staat inderdaad “Regret is not remorse”; ze zijn niet hetzelfde, waarbij de tekst de suggestie wekt dat 'remorse' sterker is dan 'regret'. Maar er staat niet dat ze elkaar uitsluiten: als je 'remorse' hebt, kun je ook 'regret' hebben. Je kunt immers tegelijk betreuren dat je jezelf hebt benadeeld en dat je anderen tekort hebt gedaan. Daarom is antwoord B niet het juiste antwoord.

    laatste update 20-06-2018 15:12

CSE 1e tijdvak

  • Opgave 2Beantwoord
    Vraag
    Waarom mag deze open vraag zowel in Nederlands als in het Engels beantwoord worden. In het correctiemodel staat vermeld: "Let op: beantwoord een open vraag altijd in het Nederlands behalve als anders is aangegeven. Als je in het Engels antwoordt, levert dat 0 punten op." Betekent dit dat ook bij andere open vragen Engelse antwoorden goed gerekend mogen worden?
    Antwoord

    Bij open vragen moet de leerling iets in eigen woorden zeggen of uitleggen en daarom is antwoorden in het Nederlands verplicht. Maar in dit geval zijn de twee voorwaarden waarnaar gevraagd wordt twee korte woordgroepen: 'transmit light' en 'stand up to heavy wear and tear'. Het eisen van een antwoord in het Nederlands impliceert in feite het vertalen van deze twee woordgroepen (in, bijvoorbeeld, 'licht doorlaten' resp. 'slijtvast zijn''). Vandaar dat bij deze specifieke vraag ook het citeren van de Engelse versie is opgenomen als mogelijk correct antwoord.

    Voor de in het Nederlands gegeven antwoorden geldt, conform algemene regel 3.3 van het correctievoorschrift, dat deze ter beoordeling zijn van de corrector.

    laatste update 19-05-2018 15:00

  • Opgave 2Beantwoord
    Vraag
    Een leerling meldde dat de vraag in opgave 2 onvolledig is. Deze leerling meldde dat ze hier wat van in de war raakte om de vraag juist te beantwoorden. De vraag luidt: Aan welke twee voorwaarden moest het LED-tapijt volgens de tekst voldoen om dit succesvol te kunnen? Hier moet een woord toegevoegd worden of de vraag zou iets anders gesteld moeten worden. Aan welke twee voorwaarden ...... succesvol te kunnen maken/etc.? Ikzelf las hier volledig overheen, maar wellicht zijn er andere examenkandidaten die hetzelfde hebben ervaren als mijn leerling.
    Antwoord

    De formulering van de vraag is juist. Er wordt gevraagd naar eigenschappen van het tapijt, naar wat het kan, zoals ook in het citaat (de titel) het geval is, waar het tapijt als actor wordt opgevoerd.

    laatste update 18-05-2018 13:45

  • Opgave 2Beantwoord
    Vraag
    Hoe beoordeel ik een antwoord waarin de leerling twee aparte antwoorden formuleert (nummer 1 en nummer 2), vervolgens bij punt 1 de twee correcte antwoorden vermeldt, maar bij punt 2 een antwoord geeft dat foutief is. Mag ik hier twee score punten aan toekennen gebaseerd op Algemene Regels 3.5?
    Antwoord

    Voor de beoordeling van antwoorden die afwijken van de antwoorden in het beoordelingsmodel zijn de algemene regels in het correctievoorschrift van toepassing. De juistheid van dergelijke antwoorden van examenkandidaten is ter beoordeling van u (in overleg met uw vakcollega’s en tweede corrector).

    laatste update 18-05-2018 13:44

  • Opgave 2Beantwoord
    Vraag
    Leerlingen worden gedrild open vragen in het Nederlands te beantwoorden. Dit staat ook boven het eindexamen. Vraag 2 zien leerlingen als een open vraag en beantwoorden ze dus in het Nederlands. Soms gaat het mis met het vertalen van de woorden 'transmit' en 'wear and tear'. Ze kiezen de juiste woordgroepen ('transmit light' en 'stand up to heavy wear and tear'), maar omdat ze in het Nederlands moeten antwoorden zoeken ze een vertaling van deze woorden op en soms kiezen ze, voor deze context, net de verkeerde vertaling van het woord (bij 'transmit' bijvoorbeeld overbrengen, licht geven, uitzenden, vervoeren). Tot mijn verbazing blijkt dat leerlingen deze vraag ook in het Engels, zelfs met een citaat, hadden mogen beantwoorden. Als de leerlingen dit hadden geweten, hadden ze het juiste citaat gegeven, maar nu ze in het Nederlands hebben geantwoord is het antwoord niet helemaal goed. Dit is mijns inziens niet eerlijk. Volgens mij moet elke vertaling van de twee woordgroepen 'transmit light' en 'stand up to heavy wear and tear' goed gerekend worden als duidelijk is dat de leerling deze twee woordgroepen bedoelt.
    Antwoord

    Als andere vertalingen dan in het beoordelingsmodel opgenomen verwijzen naar de juiste woordgroepen c.q. kenmerken van het tapijt, dan dienen ze conform de opmerking 'antwoorden met de volgende strekking' en/of conform artikel 3.3 van de algemene regels goed gerekend te worden. In die zin zijn leerlingen die in het Nederlands antwoorden niet in het nadeel zolang ze erin slagen om, meer of minder onbeholpen, duidelijk te maken wat ze bedoelen. Voorbeelden van dergelijke antwoorden zijn synoniemen en parafrases van (delen van) antwoorden in het beoordelingsmodel. De genoemde antwoorden zijn voorbeelden die op deze gronden goed gerekend moeten worden, omdat het inderdaad synoniemen betreft: 'uitzenden' ≈ 'uitstralen'; 'overbrengen' ≈ 'geleiden'.

    Wat betreft de opmerking over het antwoorden in het Engels verwijzen we u naar het antwoord bij de eerder gestelde vraag.

    laatste update 24-05-2018 08:14

  • Opgave 3Beantwoord
    Vraag
    Naast antwoord F. 'signage' wil ik ook onderbouwen dat antwoord B. 'avatars' ook goed zou moeten worden gerekend. In alinea 1 wordt al verwezen naar dat het ontwerp ervoor zou kunnen zorgen dat... "animated characters step out of your TV and whizz across the floor or guide passengers at an airport." Als je de definitie van 'avatar' uit het gerespecteerde Merriam-Webster bekijkt: "an electronic image that represents and is manipulated by a computer user in a virtual space (as in a computer game or an online shopping site) and that interacts with other objects in the space," dan is 'avatars' een meer dan logisch antwoord aangezien ook met het nieuwe led-tapijt op luchthavens er sprake is van een 'virtuele ruimte'. Het antwoordmodel moet mijns inziens naast antwoord F ook antwoord B toestaan.
    Antwoord

    De eerste zin van alinea 3 is een bewering: "De tapijten maken 'animated signage' mogelijk." De tweede zin is een voorbeeld ("for example") van die bewering.

    In alinea 4 past 'avatars' niet omdat die zelf 'interactive' zijn, zoals de geciteerde definitie uit het woordenboek ook aangeeft.

    laatste update 21-05-2018 16:41

  • Opgave 3Beantwoord
    Vraag
    Het woord ‘signage’, hetgeen het juiste antwoord was, staat lang niet in alle woordenboeken die door middelbare scholen gebruikt worden. Zo heeft onze school, over de afgelopen 10 jaar, driemaal een grote hoeveelheid woordenboeken aangeschaft die gebruikt worden bij de eindexamens. In twee van de drie boeken stond het woord ‘signage’ niet. Dit geeft ongelijkheid tussen leerlingen en scholen. Wij vinden het dan ook heel vervelend dat bij deze vraag, waarbij de juiste vertaling van het woord ‘signage’ meteen tot het juiste antwoord leidt (dit sluit nauw aan op de eerst volgende zin waarin een voorbeeld hiervan wordt gegeven: “At airports, arrows could point passengers towards their departure gate, for example.”.) cruciaal is.
    Antwoord

    'Signage' is uiteraard afgeleid van 'sign', een heel hoog frequent woord, dat bekend mag worden verondersteld. Daarvan zou een (goede) leerling moeten kunnen afleiden dat het hier gaat om bewegwijzering. Volgt z.s.m

    laatste update 21-05-2018 12:07

  • Opgave 4Bijgewerkt
    Vraag
    De volgorde ACBD is volgens mij ook mogelijk. / Ik denk dat de volgorde ACBD de beste is. Paragraaf C zou heel goed als een nadere toelichting op A kunnen volgen. In A wordt gesproken over een 'follow up survey’. In C wordt daar verder op doorgedacht. Daarbij wordt verder toegelicht hoe het interpreteren van metaforen beide hersenhelften nodig heeft. In B wordt daarna verder ingegaan op het interpreteren van die metaforen. Het is niet gek om pas dan een van de schrijvers van de study uit A ten tonele te voeren met een quote die verder toelicht hoe metaforen het begrip van een issue kunnen structureren. Hij benoemt hoe mensen niet bewust omgaan met de virus or beast metafoor. In D gaat Thibodeau door met zijn uitleg over ‘this pattern’. Het is logischer dat die uitleg in D op B volgt en niet op C.
    Antwoord

    Er zijn inhoudelijke en tekstuele argumenten voor de volgorde a-b-c-d. Alinea a en b gaan over een onderzoek naar het verschijnsel dat proefpersonen anders reageren als ze eerst een bepaalde metafoor hebben gezien: in alinea 1 de resultaten, in alinea 2 de toelichting daarop. Dat deze alinea's op elkaar zouden moeten volgen wordt ondersteund door het gebruik van 'the study' (alinea b, regel 2), dat meer voor de hand ligt als verwijzing naar het enkelvoudige onderwerp van de voorafgaande zin ('a follow-up survey'), dan naar een 'mass noun' als 'research'.

    Alinea c gaat over de manier waarop de hersenen metaforen verwerken. De eerste zin van alinea 4 sluit daarop aan ('the brain triggers', 'processing'' ). Ook hier is er een tekstuele aanwijzing: d hoort na c (en niet na b ), omdat 'how this pattern affects reasoning' (alinea d, regel 1) alleen kan slaan op de bevindingen over de hersenen; het patroon van het lezen en interpreteren van metaforen is immers bekend (alinea a)

    laatste update 23-05-2018 12:02

  • Opgave 4Bijgewerkt
    Vraag
    Waarom is er bij deze vraag gekozen om de alinea’s al in de juiste volgorde te plaatsen? Bij mijn leerlingen heeft dit tot verwarring geleid.
    Antwoord

    Bij dit soort vragen worden de alternatieven (in dit geval alinea's) in alfabetische volgorde aangeboden - dat wil zeggen in willekeurige volgorde - om te voorkomen dat leerlingen antwoordpatronen (proberen te) ontdekken en hun antwoordgedrag daarop gaan afstemmen.

    Het toeval wil dat de alinea's als gevolg daarvan in de juiste volgorde staan. Wij hebben echter begrip voor uw standpunt dat dit mogelijkerwijs aanleiding is geweest voor verwarring bij een aantal leerlingen; daarom zullen we hier goed naar kijken bij de analyse van de resultaten.

    Dat veel leerlingen in een bepaalde klas een vraag fout beantwoorden zegt niet zonder meer iets over de kwaliteit van de vraag. Die klas hoeft niet representatief te zijn voor de hele populatie vwo-leerlingen. Daarbij komt dat een examen juist een aantal vragen moet bevatten die (heel) moeilijk zijn, om de (heel) goede leerlingen te kunnen onderscheiden van de minder goede. Of een vraag in deze beide opzichten in orde is, wordt zorgvuldig bekeken in de statistische analyses achteraf en daar kan eventueel bij de normering naar gehandeld worden.

    laatste update 22-05-2018 09:44

  • Opgave 5Beantwoord
    Vraag
    Gezien alinea c kan alternatief A ook. Als je metaforen vermijdt komt de boodschap direct aan in de linker hersenhelft, waar zoals we weten de taalfunctie zit.
    Antwoord

    Op basis van de eerste alinea (alinea a) is de schrijver in onze ogen van mening dat men moet opletten welke metaforen men gebruikt als men mensen voor zijn zaak wil winnen (B).

    Antwoord A is een afleider die daar redelijk kort bij in de buurt komt en dus voor leerlingen een verleidelijke afleider zou kunnen zijn. Als de afleider echter té verleidelijk was of als juist goede leerlingen hebben gekozen voor deze afleider, dan blijkt dat uit onze statistische analyses achteraf en kan daar bij de normering eventueel rekening worden gehouden.

    laatste update 23-05-2018 15:31

  • Opgave 10Beantwoord
    Vraag
    De zin die als antwoord wordt gegeven (How reprehensible, ..., Liberal-Democrats.) verwijst mijns inziens naar Mr Maude, niet naar Cameron. Ik kom tot deze conclusie na het lezen van alinea 4, en dan alinea 5 waarin vóór het 'antwoord' de zin staat - Mr Maude, however, is his party's moderniser ... het is totaal te verantwoorden dat het ambigue 'he' in how reprehensible dus op die moderniser (mr Maude) slaat. De vraag is niet te beantwoorden.
    Antwoord

    De zin 'How reprehensible...' begint weliswaar met de mening van de schrijver over de 'claptrap' van Maude over de belastingmaatregel, maar die 'claptrap' heeft betrekking op de belastingmaatregel van Cameron (“about a policy that ...”). Daarvan staat de onderliggende reden in het tweede deel van de zin, namelijk 'intended as Valium for the Tory shires ...'.

    laatste update 21-05-2018 13:34

  • Opgave 10Beantwoord
    Vraag
    Het volgende antwoord zou ook juist zijn: “It is” (paragraaf 6, zin 2). Hieruit komt duidelijk naar voren wat de bedoeling van de belastingmaatregel is en zou net zo goed de mening van Yvonne Roberts kunnen vertegenwoordigen als de door Cito aangewezen zin die twee zinnen hiervoor staat.
    Antwoord

    In alinea 6 ondersteunt de auteur haar claim uit alinea 5 dat de maatregel "divisive, illogical, illiberal, hypocritical" is. De onderliggende reden is echter dat hij bedoeld is als "Valium for the Tory shires ...".

    laatste update 23-05-2018 12:44

  • Opgave 11Beantwoord
    Vraag
    Antwoord D zou bij deze vraag ook goed mogelijk zijn. Dezelfde alinea begint namelijk met: “A full beard, at its best, and worn in the fashion of the notorious Australian outdoorsman Mr Ned Kelly, makes a man look distinguished.” Kortom een ruige, volle baard (zoals die van een ‘echte’ kerel als Ned Kelly) is modieus en begerenswaardig. Mannen willen er van alles voor doen om zo’n mannelijke baard te verwerven en schuwen hierbij de plastisch chirurg niet. Ze zien er dan wel (met volle baard) super mannelijk uit, hetgeen niet strookt met de authenticiteit van de baard. Deze vraag kan ook op deze manier geïnterpreteerd worden. Wij snappen het door Cito aangewezen antwoord ook. Maar beide antwoorden zijn in de gedachtegang van de eerste alinea.
    Antwoord

    Bij deze opgave is een aanvulling op het correctievoorschrift gepubliceerd.

    Toelichting:

    De interpretatie dat mannen alles doen om een baard te krijgen (zoals implantatie) en daarom erg trots zijn op hun verkregen baard - hetgeen niet strookt met de authenticiteit van de baard - valt niet af te wijzen. Om die reden moet antwoord D ook goed gerekend worden.

    laatste update 22-05-2018 15:43

  • Opgave 12Beantwoord
    Vraag
    Er is twijfel over de concepten raison d’etre en zeitgeist. Het juiste antwoord is volgens het correctievoorschrift A. absurd Echter de kern van de alinea’s en de zin die daaraan voorafgaan draaien om de baard als gemeenplaats. Waarom zou specifiek the cultural raison d’etre dan “absurd” zijn en niet het veel toepasselijkere commonplace, antwoord B. Welke eigenschap van het concept “the cultural raison d’etre” maakt het dat het niet commonplace is maar absurd? En mag je kennis van een dergelijk veeleer filosofisch concept toetsen? Zeker in combinatie met het verwarrende Franse taalgebruik in een Engels examen (idem voor het concept (Duits): zeitgeist). Had de leerling dit moeten halen uit de laatste alinea? “…and as an absurd statement…” En is dan niet te beargumenteren dat die absurditeit voortkomt uit de alomtegenwoordigheid van de baard?
    Antwoord

    Dat het juiste antwoord 'absurd' is, kan worden afgeleid uit de rest van de alinea: uit de beschreven voorbeelden blijkt dat reclamemakers doorslaan in het promoten van mannelijkheid in hun uitingen.

    Het woord 'raison d'être' is in deze context redundant; dat wil zeggen, de betekenis is strikt genomen niet nodig om de vraag te kunnen beantwoorden. Samen met bovengenoemde informatie zouden ook de lezingen "they're now boringly ubiquitous and ___12___" en "they're now boringly ubiquitous and their cultural X is becoming ___12___" tot het juiste antwoord leiden. Datzelfde geldt overigens voor het woord 'zeitgeist' in alinea 4; ook dat is in die context redundant.

    laatste update 18-05-2018 11:08

  • Opgave 13Bijgewerkt
    Vraag
    Waaruit blijkt dat bij vraag 13-3 het antwoord 'wel' moet zijn? Wij kunnen het niet vinden en vinden dat het antwoord 'niet' zou moeten zijn.
    Antwoord

    In de eerste twee zinnen van alinea 4 wordt de vigerende visie op fysieke arbeid in twijfel getrokken. In de derde zin worden de gestelde vragen beantwoord; ja, we hebben het mis: "If we really want to emulate the style of our manually labouring forebears then we’ll take every opportunity to enjoy the clothes that preclude the possibility of physical work’. Met andere woorden, onze voorouders wilden eigenlijk helemaal geen zwaar lichamelijk werk doen. Daarna maakt de schrijver opnieuw de schertsende vergelijking met mensen die op kantoor werken en niet eens voor hun eigen eten hoeven te zorgen. Daarmee impliceert de schrijver dat onze voorouders best met die mensen hadden willen ruilen.

    Of deze vraag 'verwarrend' is geweest c.q. de leerlingen 'op het verkeerde been heeft gezet', wordt nauwkeurig bekeken bij de statistische analyses. Als er aanwijzingen in die richting worden gevonden kan daarmee eventueel rekening worden gehouden bij de normering.

    laatste update 23-05-2018 11:48

  • Opgave 13Beantwoord
    Vraag
    Bij deze vraag moet het antwoord volgens het antwoordmodel op de tweede stelling ‘niet’ zijn. Antwoord ‘wel’ is echter ook mogelijk. Aan het einde van de derde alinea wordt gezegd dat het hebben van een baard wenselijk is omdat het een duidelijk beeld van mannelijkheid uitdraagt in een wereld waarin het imago/de identiteit van mannen vaak onduidelijk is (in een identiteitscrisis zit). De schrijver vindt het dan ook ‘an understandable wish’ om middels een baard de duidelijke boodschap uit te dragen: “Ik ben een echte vent”.
    Antwoord

    Stelling 2 luidt: "The writer is convinced modern men need a beard to establish a sense of self." Aan het einde van alinea 3 zegt de schrijver weliswaar dat hij begrip heeft voor mannen die een baard willen om hun mannelijkheid te onderstrepen, maar daarmee zegt hij nog niet dat hij dat echt nodig vindt.

    laatste update 23-05-2018 11:48

  • Opgave 14Bijgewerkt
    Vraag
    Enkele leerlingen geven als antwoord op vraag 14 dat "mannen hun mannelijkheid willen tonen/laten zien". Naar mijn idee is dit een foutief antwoord. Kan dit zo worden vermeld in het correctievoorschrift? Ik kan me voorstellen dat andere docenten dit wellicht goed willen rekenen. Zelf twijfel ik of het " accentueren van hun mannelijkheid" wel goed gerekend kan worden.
    Antwoord

    Het correctievoorschrift vermeldt: ‘een antwoord met de volgende strekking’. Dat houdt dus in dat synoniemen respectievelijk parafrases van (delen van) het modelantwoord kunnen voorkomen in juiste antwoorden. De juistheid van dergelijke antwoorden van examenkandidaten is ter beoordeling van u (in overleg met uw vakcollega’s en tweede corrector).

    Het is helaas niet mogelijk om in te gaan op concrete varianten die ons worden voorgelegd; een melding op het prikbord die daarover uitsluitsel geeft, zou immers niet alle docenten bereiken en dus tot ongelijkheid leiden.

    Als er een antwoord wordt aangedragen dat correct is en dat duidelijk buiten het bereik van het beoordelingsmodel valt, gaat er een aanvulling uit naar de examensecretarissen, die daarom wél alle docenten bereikt. Dat laatste is bij de aangedragen varianten echter niet het geval.

    laatste update 23-05-2018 14:16

  • Opgave 15Beantwoord
    Vraag
    Op basis van alinea 5 is de antwoordoptie A. 'appropriateness' in de zin van 'ongepastheid' meer dan aannemelijk. De auteur beschrijft de situatie waarin de baard in toenemende mate word gedragen, onder andere door hipsters die volgens de auteur daarmee een 'absurde stellingname' ('absurd statement') innemen. Verder wordt gehint naar een hypothetische doorontwikkeling van gezichtsbeharing als in de Victoriaanse bakkebaarden, die evenzeer tot leedvermaak zullen leiden en daarmee dus kunnen worden gezien als 'ongepast' = appropriate.
    Antwoord

    Het goede antwoord is C. De zin na de vraag met de gap luidt ‘… when the current neo-dandy trend was new and fresh …’. Dit wijst duidelijk naar mode. De zinnen erna geven voorbeelden van absurde modeverschijnselen; ook die leiden naar ‘fashion’ als antwoord.

    laatste update 19-05-2018 12:58

  • Opgave 19Beantwoord
    Vraag
    In de tekst staat: "Cabbies, lorry drivers and all others whose job is to steer a vehicle will have to find other work." '12 Taxi drivers' vallen hieronder en dat geeft het correctiemodel ook aan, echter 'train operators' niet. De definitie van vehicle (Merriam-Webster) is: a means of carrying or transporting something planes, trains, and other vehicles '13 train operators' is dan toch ook juist?
    Antwoord

    Zojuist is er via Examenblad.nl een aanvulling op het correctievoorschrift verzonden bij deze opgave met daarin de volgende tekst:

    Op pagina 7, bij vraag 19 moet worden toegevoegd:

    ook goed

    − 13 (train operators)

    Opmerking

    Er zijn vier juiste antwoorden mogelijk. De maximumscore voor deze vraag is 3 punten,

    ook als er vier juiste antwoorden gegeven worden.

    laatste update 18-05-2018 14:02

  • Opgave 19Bijgewerkt
    Vraag
    Waarom is optie 6 niet ook juist? In tekst 6 van het examen staat immers: 'If so, they will need fewer hotel rooms.' (laatste zin alinea 5). Daaruit blijkt dat de hotelindustrie ook gedupeerd wordt door de ontwikkeling van zelfrijdende auto's volgens de schrijver van de tekst.
    Antwoord

    De vraag is in feite welke banen en bedrijven volgens de auteur zullen verdwijnen ("disappeared" in het citaat bij de vraag). De hotelsector zal in zijn ogen weliswaar worden gedupeerd ("they will need fewer hotel rooms"), maar niet geheel verdwijnen.

    De vraag is welke drie ‘today’s blacksmiths’ etc. zijn volgens alinea 5-7. Het citaat uit alinea 1 vormt hier de context, en daarin staat dat deze drie beroepsgroepen zijn verdwenen. Dat ze in werkelijkheid misschien niet helemaal verdwenen zijn mag geen grond zijn bij de beantwoording van een vraag over deze tekst, maar is kennis van de wereld.

    De tekst noemt drie (c.q. vier) beroepsgroepen die echt verdwenen zijn; de rest is gedupeerd of spint er juist garen bij. De hotelindustrie wordt opgevoerd als gedupeerd ("they will need fewer hotel rooms"); antwoord '6' is daarom af te wijzen als goed antwoord.

    laatste update 19-05-2018 10:14

  • Opgave 19Beantwoord
    Vraag
    Hoe beoordeel ik een antwoord op vraag 19 waarbij, naast de correcte nummers, ook onjuiste nummers zijn gegeven?
    Antwoord

    In het correctievoorschrift VWO 2018 staat onder 2 Algemene regels:

    3.5 Indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;

    laatste update 21-05-2018 16:40

  • Opgave 20Beantwoord
    Vraag
    Volgens het correctiemodel is het juiste antwoord op vraag 20: C De conclusie in de laatste alinea is: wat in begin niet veilig lijkt (vliegen) is wel veilig en dan gaat het rap. Zo gaat het waarschijnlijk ook met de zelf-rijdende auto's en dan sneller. Op welke manier bevestigt (substantiate=bevestigen) antwoord C deze conclusie?
    Antwoord

    De conclusie in de laatste alinea (alinea 9) luidt: technische vooruitgang gaat vaak sneller dan verwacht, in het geval van de introductie van internationale luchtvaart "only 16 years", maar bij de zelf-rijdende auto gaat dat waarschijnlijk nóg sneller.

    Er wordt gevraagd naar de bewering die deze conclusie het beste ondersteunt en die informatie staat in alinea 8: "the self-driving car is already arriving in dribs and drabs". Deze informatie staat geparafraseerd in bewering C.

    laatste update 18-05-2018 15:28

  • Opgave 25Beantwoord
    Vraag
    Bewering 2 is "Female qualities are said to be contributing to a company's success." Volgens het correctiemodel is het antwoord op bewering 2 WEL. In alinea 7 staat "women apply five of the nine "leadership behaviors" that lead to corporate success". Het feit dat vrouwen veel "leadership behaviours" tonen betekent niet automatisch dat dit gedrag vrouwelijk is. Het antwoord op bewering 2 zou dus NIET moeten zijn.
    Antwoord

    In het vervolg van alinea 7 wordt gesproken over "the unique management wisdom" en "de "special abilities" van vrouwen. Het correcte antwoord bij bewering 2 is daarom "wel".

    laatste update 18-05-2018 08:23

  • Opgave 25Beantwoord
    Vraag
    Stelling 3 is volgens het correctievoorschrift 'niet'. Waarom niet 'wel'? In alinea 7 wordt tenminste de suggestie gewekt dat managers, om meer succes te hebben, gebruik moeten maken van de lessen van 'a host of consultancies [...] sprung up to teach firms how to listen to women, and exploit their special abilities." Dat valt te verenigen met het volgen van 'gender awareness training'.
    Antwoord

    Stelling 3 luidt: "Gender awareness training is essential for successful leadership." 'Gender awareness training' is gericht op het bewust worden c.q. begrijpen van verschillen tussen mannen en vrouwen. Maar de alinea gaat erover dat vrouwen bepaalde leiderschapskwaliteiten hebben en dat consultancy-bedrijven daarop inspringen door bedrijven te leren om beter naar vrouwen te luisteren en te profiteren van hun "special abilities".

    laatste update 19-05-2018 13:38

  • Opgave 28Bijgewerkt
    Vraag
    Het antwoord volgens het correctiemodel is alinea 1. Echter in alinea 1 haalt de schrijver van het stuk (Schumpeter) de heer Paul Samuelsen aan en dat is geen "kijk op vrouwen van feministen" maar de mening/een uitspraak van dhr Samuelsen. Daarna zegt de schrijver van het stuk dat dat volgens hem/haar een zeer geslaagde samenvatting is van het klassieke feminisme. Ook dit is geen mening van 'deze feministen' maar de mening van de auteur van het artikel. In alinea 2 wordt wel een mening/kijk gegeven, alleen staat er niet dat de vrouwen feministen zijn maar de eerste generatie succesvolle vrouwen... In alinea 2 wordt meer recht gedaan aan de kijk van feministen op vrouwen dan in alinea 1. Het juiste antwoord zou alinea 2 moeten zijn.
    Antwoord

    Bij deze opgave is een aanvulling op het correctievoorschrift gepubliceerd.

    Toelichting:

    Omdat vraag 28 op twee manieren gelezen kan worden, is besloten om het antwoord “(alinea) 2” ook goed te rekenen. De vraag was bedoeld als: “Wanneer wordt voor het eerst het standpunt van de feministen over vrouwen genoemd?” (alinea 1), maar de andere lezing, “Wanneer wordt voor het eerst door de feministen zelf hun standpunt over vrouwen duidelijk gemaakt?” (alinea 2) valt niet uit te sluiten.

    laatste update 22-05-2018 18:00

  • Opgave 36Bijgewerkt
    Vraag
    Het correctievoorschrift zegt dat op vraag 36 het antwoord 'nee' moet zijn. Sommige leerlingen geven daar als antwoord 'ja' en benoemen de POW ervaring als oorzaak ('she'd been taken prisoner' of 'another minute'), wat volgens mij terecht is en getuigt dat de leerling de tekst goed begrijpt.
    Antwoord

    Rosie weet ook dat Marilyn weet wat er met haar (Rosie) gebeurd is, maar desondanks werpt ze toch zelf de vraag op waarom Marilyn dit keer opeens moet huilen; het is haar dus niet duidelijk. De tekst geeft er ook in andere zin geen uitsluitsel over; de tekst legt immers geen relatie tussen het huilen en enig ander feit.

    laatste update 22-05-2018 14:42

  • Opgave 40Beantwoord
    Vraag
    Bij vraag 40 is het juiste antwoord C (derisive). In de tekst (tekst 10) staat echter over het Congres (bij 1): They are also not working but still getting paid for it. Er is dus een bepaalde haat, wroeging naar het Congres toe. Daarnaast blijkt (uit 2) dat het de persoon zelf is overkomen. (laatste zin) Er zit dus een zekere rancune van waaruit Gina Caceci deze brief schrijft. Ze schrijft deze brief om wraak te nemen op het Congres voor wat haar is aangedaan. Daarom zou D (vindictive) in mijn optiek een beter antwoord zijn.
    Antwoord

    Er is geen concrete aanwijzing in de tekst dat Gina Caceci zelf het slachtoffer is geweest van de door haar gehekelde praktijken. Bovendien wordt er gevraagd naar de toon van de brief, niet daar de aanleiding om deze te schrijven.

    laatste update 18-05-2018 16:35

  • Opgave 40Beantwoord
    Vraag
    De antwoordopties derisive en condescending liggen bijzonder dicht bij elkaar en kunnen zelfs als synoniem gezien worden. Hierbij een link naar thesaurus.com ter illustratie http://www.thesaurus.com/browse/contemptuous?s=t Contemptuous heeft als volle synoniemen op de eerste plaats condescending en op de tweede plek derisive.
    Antwoord

    ‘Condescending’ heeft vooral ‘neerbuigend, uit de hoogte’ als belangrijkste connotatie, en de toon van de brief is niet zozeer neerbuigend als wel honend of spottend, ofwel ‘derisive’.

    De suggestie dat beide woorden ‘volle synoniemen’ zouden zijn wordt overigens niet bevestigd door de omschrijvingen in, bijvoorbeeld, de woordenboeken van Cambridge, Merriam-Webster en Van Dale.

    laatste update 21-05-2018 12:34

Pijl omhoog