Prikbord Engels havo 2019

volg prikbord

Dit prikbord is bedoeld als centrale plek waar docenten Engels havo 2019 terecht kunnen met hun vragen. Het prikbord is gevuld met veelgestelde vragen over de centrale examens Engels havo om u als corrector te ondersteunen bij de correctie. Dit prikbord wordt tijdens de examenperiode eventueel aangevuld met nieuw ingekomen vragen en opmerkingen met betrekking tot examinering en correctie van de examens Engels havo.

Wilt u een e-mailalert ontvangen bij updates van dit prikbord? Klik op 'volg prikbord' bovenaan de pagina.

Algemeen

  • Vocabulaire/woordenboeken

    laatste update

    Vraag

    In het examen staan woorden die niet zijn opgenomen in de (meeste) woordenboeken Engels-Nederlands. De betekenis kennen van deze woorden is toch cruciaal voor het kunnen beantwoorden van de opgaven?

    Antwoord

    Het gebruik van het woordenboek is één van de strategieën/vaardigheden die kandidaten kunnen hanteren bij het lezen. De betekenis van een woord uit de context halen is een andere. Verder is het zo dat het niet nodig is om álle woorden te kennen om de vragen te kunnen beantwoorden. Omgaan met woorden die je niet kent, is een belangrijke leesstrategie.

    Nog een strategie is: onbekende woorden afleiden van woorden die wel bekend zijn. In het vwo-examen van 2018 kwam bijvoorbeeld het woord ‘signage’ voor. Behalve dat uit de context kon worden afgeleid dat het ging om ‘bewegwijzering’, kan het woord ook worden afgeleid van ‘sign’, dat wél bekend mag worden verondersteld.

    Een derde aspect dat hier van belang is, is kennis van de wereld. De examenmakers gaan ervan uit dat leerlingen een bepaalde algemene kennis hebben en dat ze bijvoorbeeld noties als ‘evolutietheorie’, ‘CO-uitstoot’ en ‘globalisering’ kennen zonder dat ze per se in de tekst worden uitgelegd.

Correctie: algemeen

  • Discussie tussen 1e en 2e corrector

    laatste update

    Vraag

    Mijn 2e corrector en ik worden het niet eens. Wat nu?

    Antwoord

    Als eerste en tweede corrector werkt u als een team samen om de leerling de totaalscore te geven die het best past bij zijn/haar prestatie. Uiteraard houdt u zich daarbij aan het correctievoorschrift (hierna: cv). Het is aan u om met uw collega's na te gaan of de leerling hieraan heeft voldaan.

    Mocht u geen overeenstemming over de (eind)beoordeling bereiken met uw tweede corrector, kunt u besluiten om te middelen. Als dit geen optie is, dan kunt u het bevoegd gezag van uw eigen school inschakelen. Wanneer het bevoegd gezag van beide correctoren ook geen overeenstemming bereikt, is de volgende (en laatste) stap om de inspectie te vragen een onafhankelijke derde correctie uit te voeren. De uitkomst van de derde correctie is bindend.

  • De status van verslagen van examenbesprekingen en fora

    laatste update

    Vraag

    In een ander medium vind ik informatie die niet overeenkomt met het cv; wat doe ik?

    Antwoord

    Andere media kunnen nuttig zijn voor het uitwisselen van informatie met vakgenoten, om toepassing van het cv te verduidelijken en vergemakkelijken. In geen geval mag echter worden afgeweken van het cv; tenzij algemene regel 3.3 van toepassing is.

  • Taalfouten

    laatste update

    Vraag

    Wat doe ik als leerlingen het woord 'transparency' verkeerd hebben gespeld: ‘transperency’, ‘trensparency’, of zelfs ‘trensperency’?

    Antwoord

    Regel 3.2 uit de Vakspecifieke regels van het correctievoorschrift luidt: “Met taalfouten wordt in de beoordeling geen rekening gehouden.” Dat geldt uiteraard ook voor spelfouten.

  • Meer antwoorden dan gevraagd

    laatste update

    Vraag

    Er wordt gevraagd naar twee woorden [of cijfers, alineanummers], maar mijn leerlingen schrijven er meer op; hoe moet ik dat beoordelen?

    Antwoord

    In het correctievoorschrift staat onder 2 Algemene regels: “3.5 Indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal.” Als er twee antwoorden worden gevraagd, beoordeelt u dus alleen de eerste twee antwoorden van de kandidaat.

  • Moeilijk te beoordelen antwoord

    laatste update

    Vraag

    Wat doe ik als een leerling een antwoord geeft waarvan ik niet goed weet of ik het goed of fout moet rekenen?

    Antwoord

    Daarvoor overlegt u met uw vakgenoten, binnen of buiten de vaksectie op school. Daarbij kan regel 3.3 van de Algemene regels van het cv behulpzaam zijn: “indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel.”

    Bent u van mening dat een antwoord goed gerekend moet worden terwijl dat strijdig is met het cv, meld dit dan bij de Examenlijn.

Citeervragen

  • Citeer de eerste twee woorden van de zin waarin...

    laatste update

    Vraag

    Wat doe ik als een leerling de hele zin heeft opgeschreven en niet alleen de eerste twee woorden?

    Antwoord

    Het gaat erom dat de leerling de juiste zin uit de tekst aanwijst; hoe zij/hij dat doet, is niet relevant. Vandaar ook de opmerking: Niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen of de juiste zin op een andere manier is aangewezen.

    De juiste zin op een andere manier aanwijzen kan in feite op meerdere manieren:

    • a. 
      met alleen het eerste woord, als de beoogde zin de enige is die met dat woord begint;
    • b. 
      (correcte) aanduiding van de zin, met een antwoord als “derde zin van de 2e alinea”
    • c. 
      de betreffende zin wordt volledig overgenomen
  • Citeer het woord/de woorden

    laatste update

    Vraag

    In een citeervraag wordt gevraagd naar een specifiek woord of een specifieke woordgroep. Als een leerling de vraag beantwoordt door de hele zin op te schrijven waar het gevraagde woord in staat, is dat dan een correct antwoord of niet?

    Antwoord

    Nee, want er wordt niet naar een zin gevraagd (zoals in het voorbeeld hierboven), maar naar een woord of woordgroep. Om duidelijk te maken dat de leerling in dit geval niet meer en niet minder dan het modelantwoord moet opschrijven, gaat een dergelijke vraag in dat geval vergezeld van de opmerking: “Wanneer er meer geciteerd wordt dan hierboven aangegeven of minder dan het deel dat niet tussen haakjes staat, geen scorepunt toekennen.” De reden daarvoor is dat het citeren van de hele zin (of zelfs meer tekst) zou kunnen verhullen dat de leerling het bedoelde woord niet daadwerkelijk weet, maar slechts een idee heeft waar het woord (ongeveer) staat.

Open vragen

  • Een antwoord dat nét even anders is

    laatste update

    Vraag

    Bij een open vraag geven een aantal van mijn leerlingen een antwoord dat nét even anders is dan de antwoorden in het CV. Voorbeeld: het modelantwoord is ‘het [tapijt] moest licht kunnen uitstralen geleiden’, maar mijn leerlingen antwoorden ‘het moest licht kunnen uitzenden’ of ‘overbrengen’. Mag ik dat ook goed rekenen?

    Antwoord

    Deze antwoorden zijn uiteraard correct, want het zijn synoniemen van de modelantwoorden: 'uitzenden' ≈ 'uitstralen'; 'overbrengen' ≈ 'geleiden'.

  • Een heel ander antwoord

    laatste update

    Vraag

    Een leerling geeft een heel ander antwoord dan het antwoordmodel, maar dat is volgens mij ook goed. Wat moet ik doen?

    Antwoord

    In eerste instantie kunt u overleggen met een of meer vakgenoten: komt het afwijkende antwoord ook bij hun leerlingen voor, c.q. delen zij uw mening? Als dat het geval is, kunt u uw onderbouwde melding doen bij de Examenlijn. Experts beoordelen dan of uw melding gegrond is. Het is niet uitzonderlijk dat er op basis van een dergelijke melding besloten wordt om een zogenaamde aanvulling op het correctievoorschrift te laten uitgaan. Wat wel eens voorkomt is dat het afwijkende antwoord gebaseerd is op een andere interpretatie van (een deel van) de tekst dan beoogd in de opgave. Daarom staat er in een aanvulling vaak een formulering als “ook goed rekenen: …” of ‘toevoegen in het antwoordmodel: …”.

    Voor een voorbeeld uit het examen Engels VWO 2018, tijdvak I, zie de aanvulling op het cv bij vraag 19.

Meerkeuzevragen

  • Meerdere antwoorden goed?

    laatste update

    Vraag

    Ik snap dat A het goede antwoord is, maar antwoord B is ook goed/zit er wel heel dichtbij.

    Antwoord

    Bij een meerkeuzevraag moeten de afleiders een zekere aantrekkelijkheid hebben, anders werkt de vraag niet. Ze mogen echter niet té aantrekkelijk zijn en ze mogen zeker niet te aantrekkelijk zijn voor de goede lezers. Deze kenmerken worden bekeken in de analyse van de Wolf-gegevens. Als een meerkeuzevraag niet aan deze criteria voldoet, wordt daarbij rekening gehouden bij de normering.

    Meldingen van docenten bij de Examenlijn over vermeende misleidende afleiders worden weliswaar inhoudelijk beoordeeld, maar de statistische analyse kan pas plaatsvinden na de afname van het examen, zoals hierboven beschreven. In alle gevallen moet de docent zich houden aan het cv.

  • Synoniemen

    laatste update

    Vraag

    Twee antwoorden zijn synoniem en dus zijn twee antwoorden goed.

    Antwoord

    Woorden zijn doorgaans geen volle synoniemen; meestal is er sprake van gedeelde betekeniselementen. Neem het volgende voorbeeld: in het vwo-examen van 2018 waren ‘contemptuous’ en ‘derisive’ antwoordalternatieven bij een meerkeuzevraag. Een aantal docenten claimde dat beide woorden synoniemen zijn omdat ze als synoniemen worden gepresenteerd op thesaurus.com. Echter, ‘derisive’ wordt pas als 2e optie gegeven (na ‘condenscending’, dat er inderdaad dichter bij in de buurt komt) en andersom komt ‘contemptuous’ pas op de 8e plaats bij de synoniemen van ‘derisive’.

  • De vraag werkt niet goed

    laatste update

    Vraag

    Vooral mijn goede leerlingen hebben de vraag fout. Hoe kan dat?

    Antwoord

    Naarmate een vraag moeilijker wordt, maken meer leerlingen de vraag fout en idealiter zijn het steeds de betere leerlingen die de vraag correct beantwoorden. Of dit ook echt zo is, wordt onderzocht in de analyses die we achteraf uitvoeren, voorafgaand aan de normering.

Moeilijkheidsgraad

  • Té moeilijke vragen

    laatste update

    Vraag

    Bijna al mijn leerlingen maken een opgave fout. Dan deugt die opgave toch niet?

    Antwoord

    Om onderscheid te kunnen maken tussen (heel) goede en (veel) minder goede lezers moet een examen bestaan uit vragen die de hele range van (heel) moeilijk tot (heel) makkelijk bestrijken. Het is wel zo dat een opgave niet té moeilijk mag zijn; in principe wordt aangehouden dat minimaal 20% van alle leerlingen de opgave goed moet hebben gemaakt. Dit gaat dan om leerlingen in Nederland, niet in uw klas.

  • Tijdsdruk

    laatste update

    Vraag

    Niet alle leerlingen hebben het examen af. Dat is toch niet eerlijk?

    Antwoord

    Het examen is zó gemaakt dat de meeste leerlingen het (ruim) binnen de tijd af kunnen hebben. Maar de tijd die ze nodig hebben hangt natuurlijk samen met het niveau van leesvaardigheid.

Teksten

  • Gedateerde teksten

    laatste update

    Vraag

    Waarom zijn de teksten altijd een paar jaar oud?

    Antwoord

    De teksten van de centrale examens doorlopen een aantal fases, waarbij een groot aantal docenten betrokken is op verschillende momenten. Dit proces duurt in totaal enkele jaren, waardoor er geen heel actuele teksten in de examens kunnen zitten. Om te voorkomen dat de inhoud van de tekst verwarrend is omdat hij niet helemaal actueel is, wordt de datum onder de tekst vermeld. Voor meer informatie, zie:

  • Literaire teksten

    laatste update

    Vraag

    Waarom bevat niet elk examen een literaire tekst?

    Antwoord

    De examens variëren in alle opzichten van jaar tot jaar, binnen bepaalde marges: dat geldt voor het aantal teksten (dat mag variëren van 10-16), en ook voor het type teksten en de onderwerpen: de constructieopdracht geeft daarvoor slechts een indicatieve, niet-limitatieve lijst met suggesties.

Typen opgave

  • Open vragen

    laatste update

    Vraag

    Het aantal open vragen varieert van jaar tot jaar; hoe kan dat?

    Antwoord

    Net zoals bij teksten (zie sectie Teksten) geldt dat de verdeling van het aantal opgaven (meerkeuze-, beweringenvragen, open vragen) met een bepaalde marge wordt vastgesteld. Zo is de richtlijn voor meerkeuzevragen: max. 60% met een marge van 7%. Dat betekent dat bij een examen van 40 vragen in principe 24 vragen van het type meerkeuze zijn, maar met de marge van 7% mogen het er ook 25 of 26 zijn.

  • Typen vragen

    laatste update

    Vraag

    Komt in elk examen hetzelfde type opgave voor?

    Antwoord

    Nee, het aantal typen opgave is in principe oneindig. De examens variëren in alle opzichten, binnen bepaalde marges. Dat geldt ook voor het type vragen, zolang de vraag maar helder en efficiënt is en leesvaardigheid toetst, is alles mogelijk. Voor meer informatie, zie examenblad.nl:

Normering & evaluatie

  • Moeilijker/makkelijker

    laatste update

    Vraag

    Vroeger waren de examens toch moeilijker? (of: makkelijker)

    Antwoord

    Het streven is om de examens elk jaar even moeilijk te maken. Omdat het niet helemaal te voorspellen is hoe elk van de opgaven zich zal gedragen bij de feitelijke afname, worden er ieder jaar zgn. pre-tests en post-tests afgenomen. De gegevens die dit oplevert, stellen het CvTE en Cito in staat de moeilijkheid van ieder examen te bepalen en door middel van de normering gelijk te houden over de jaren heen. Dit niveau staat dus los van de vaardigheid van de examenpopulatie van een specifiek jaar en van de vaardigheid van een specifieke klas, die beide van jaar tot jaar kunnen afwijken. Voor meer informatie, zie:

  • Feedback

    laatste update

    Vraag

    Wat doet het CvTE met opmerkingen die docenten en leerlingen maken bij de examens?

    Antwoord

    De meldingen van docenten die binnenkomen worden meegenomen in de analyses die plaatsvinden voordat de normering wordt vastgesteld.

    De klachten van leerlingen worden verzameld door het LAKS, het Landelijk Actie Komité Scholieren. Gedurende de examentijd stuurt het LAKS gegronde klachten door naar het CvTE. Na afloop van de examens ontvangt het CvTE van hen een overzicht met het aantal klachten per examen en de aard van die klachten.

Pijl omhoog