Regeling beoordeling centraal examen

kenmerk: CEVO-02-806
datum: 4 juli 2002
gepubliceerd: Gele katern 2002, nr. 18, p. 114 t/m 121

De invoering van de centrale examens in het vmbo maakt het noodzakelijk om de Regeling beoordeling centraal examen te herzien.

Voor bestaande centrale examens bevat deze nieuwe regeling geen inhoudelijke wijzigingen.

De regeling trad op 1 oktober 2002 in werking en is op 31 maart 2009 ingetrokken door de Regeling beoordeling examen (CEVO-09.0313).

Zie ook de Aanvulling Regeling beoordeling examen.



Besluit

De voorzitter van de centrale examencommissie vaststelling opgaven

Gelet op:

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. 
    In deze regeling gelden de begripsbepalingen die zijn gegeven in artikel 1 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.
  • 2. 
    Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
  • 'Algemeen bestuur': het Algemeen Bestuur van de CEVO
  • 'Dagelijks Bestuur': het Dagelijks Bestuur van de CEVO
  • 'voorzitter': de voorzitter van het Algemeen Bestuur van de CEVO
  • 'vaksectie': een vaksectie van de CEVO
  • 'opdracht': een vraag of opdracht in een toets;
  • 'uitvoering van een opdracht': de wijze waarop een kandidaat een opdracht heeft uitgevoerd en het eindresultaat van die uitvoering;
  • 'antwoord': de uitvoering van een opdracht
  • 'opgave': enige bij elkaar behorende opdrachten in een toets die als zodanig zijn aangemerkt
  • 'praktische toets' : het in artikel 41 a van het Eindexamenbesluit genoemd praktische gedeelte van het centraal examen v.m.b.o., onderscheiden in een cspe (centraal schriftelijk en praktisch examen) voor de beroepsgerichte vakken en een cpe (centraal praktisch examen) voor de beeldende vakken;
  • 'tweede examinator': de door de directeur aangewezen medebeoordelaar van een examentoets;
  • 'Examenbesluit' : het Eindexamenbesluit v.w.o.- ha.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o, dan wel het Staatsexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 2000

Artikel 2. Beoordelingsnormen

  • 1. 
    De beoordelingsnormen voor de centrale examens worden weergegeven in een correctievoorschrift bij iedere toets. Dit bestaat uit:
  • a. 
    regels voor de beoordeling, op grond van het Examenbesluit;
  • b. 
    algemene regels, op grond van deze regeling
  • c. 
    vakspecifieke regels, op grond van een besluit van het Dagelijks Bestuur op grond van artikel 10 van deze regeling
  • d. 
    een beoordelingsmodel bij iedere toets
  • 2. 
    Het correctievoorschrift, bedoeld in het eerste lid, wordt ingericht met inachtneming van Bijlage 2. In afwijking hiervan wordt het correctievoorschrift voor het centraal schriftelijk en praktisch examen vmbo ingericht met inachtneming van Bijlage 3.
  • 3. 
    De directeur stelt na de afname van een toets het correctievoorschrift aan de examinator ter beschikking.
  • 4. 
    In uitzonderingsgevallen kan het Algemeen Bestuur beslissen, dat bij een toets geen beoordelingsmodel wordt gevoegd.

Artikel 3. Algemene regels

  • 1. 
    Voor de uitvoering van een opdracht worden door de examinator en door de gecommitteerde, dan wel de tweede examinator, scorepunten toegekend, in overeenstemming met het bij de toets behorende correctievoorschrift. Scorepunten zijn de gehele getallen 0, 1, 2, .., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal punten voor een opdracht is.
  • 2. 
    Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels.
  • a. 
    Indien een opdracht volledig juist is uitgevoerd, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend.
  • b. 
    Indien een opdracht gedeeltelijk juist is uitgevoerd, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel.
  • c. 
    Indien een opdracht is uitgevoerd op een wijze die niet in het beoordelingsmodel voorkomt en deze uitvoering op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, worden scorepunten toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel.
  • d. 
    Indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken / gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde (gedeelte van het) antwoord.
  • e. 
    Indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van een kandidaat voor te komen.
  • f. 
    Indien in een opdracht een fout is gemaakt die de verdere uitwerking van de opdracht beïnvloedt, mag alleen die fout en niet de invloed van die fout op de verdere uitwerking worden aangerekend, tenzij daardoor de opdracht aanzienlijk vereenvoudigd wordt of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.
  • g. 
    Een zelfde fout in de uitvoering van verschillende opdrachten moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld

Artikel 4. Algemene regels specifiek voor de beoordeling van schriftelijke toetsen

  • 1. 
    Indien een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerst gegeven antwoord beoordeeld.
  • 2. 
    Indien meer dan een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerst gegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal.
  • 3. 
    Indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven.
  • 4. 
    Het juiste antwoord op een meerkeuze vraag is de hoofdletter waarmee de juiste keuzemogelijkheid bij de vraag is aangeduid. Voor het juiste antwoord wordt 1 scorepunt toegekend, tenzij in het beoordelingsmodel een ander aantal punten is aangegeven, voor ieder ander antwoord 0 scorepunten.

Artikel 5. Algemene regels specifiek voor de beoordeling van cspe en cpe

  • 1. 
    Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en scorepunten niet door benadeeld worden.
  • 2. 
    Indien een kandidaat binnen de gestelde tijd een (deel)opdracht opnieuw wil uitvoeren om de prestatie te verbeteren, wordt de kandidaat daartoe in de gelegenheid gesteld. Voor zover van toepassing stelt de examinator de daarvoor benodigde materialen ter beschikking.

Artikel 6. Vermeende fouten

  • 1. 
    Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een toets of in het beoordelingsmodel bij die toets een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof toets en beoordelingsmodel juist zijn.
  • 2. 
    Degene die in de toets of het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid meent te hebben geconstateerd kan deze fout aan de CEVO meedelen.
  • 3. 
    Deze mededeling wordt voorgelegd aan de desbetreffende vaksectie, en indien deze de mededeling als juist aanmerkt, kan de vaksectie de voorzitter adviseren een beslissing op grond van artikel 9 te nemen.
  • 4. 
    Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsschema. Met een eventuele fout wordt bij de bepaling van het cijfer voor het centraal examen zoals bedoeld in artikel 11 rekening gehouden.

Artikel 7. Noteren scorepunten

  • 1. 
    De examinator vermeldt op een lijst de namen of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opdracht toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.
  • 2. 
    De directeur zendt van iedere toets de scores van een aantal kandidaten voor een door de CEVO te bepalen datum aan een door de CEVO te bepalen adres.
  • 3. 
    De CEVO geeft aan van welke kandidaten de scores aan dat adres worden gezonden.

Artikel 8. Toekennen scorepunten

  • 1. 
    Voor een toets kan maximaal het aantal scorepunten worden behaald dat de som is van de maximale scores van de vragen waaruit de toets bestaat; de maximumscore van de toets wordt in het correctievoorschrift en voorop de toets vermeld.
  • 2. 
    Scorepunten worden met inachtneming van het beoordelingsmodel toegekend op grond van de uitvoering door de kandidaat van iedere opdracht. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.
  • 3. 
    De score voor de schriftelijke toets wordt als volgt verkregen. De examinator en de gecommitteerde stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.
  • 4. 
    De score voor de praktische toets wordt als volgt verkregen. De examinator en de tweede examinator stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

Artikel 9. Afwijking

Het dagelijks bestuur, of bij ontstentenis van het dagelijks bestuur de voorzitter, kan, de voorzitter van de betreffende vaksectie gehoord, beslissen dat voor een of meer opdrachten aan alle kandidaten het maximale aantal scorepunten of ten minste een aantal kleiner dan het maximum aantal scorepunten wordt toegekend.

Artikel 9a. Gebruik vaktaal

Indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.

Artikel 10. Aanvullende regels

Het Dagelijks Bestuur kan op voorstel van een vaksectie beslissen, dat in het correctievoorschrift bij een toets aanvullende regels worden opgenomen, waaronder regels voor aftrek van scorepunten. Deze zijn evenzeer verbindend als hetgeen in deze regeling is voorgeschreven.

Artikel 11. Bepaling cijfer centraal examen

  • 1. 
    Het cijfer van het centraal examen wordt verkregen volgens de rekenregels zoals beschreven in bijlage 1 bij deze regeling.
  • 2. 
    Voor vakken met meer dan een toets wordt het cijfer voor iedere toets overeenkomstig het eerste lid bepaald. Het cijfer voor het centraal examen is het rekenkundig gemiddelde van de cijfers van de toetsen, dan wel een ander gemiddelde, zoals aangegeven in het examenprogramma.

Artikel 12. Bekendmaking

Deze regeling zal in de Staatscourant worden gepubliceerd. Daarnaast is de regeling te raadplegen via www.cfi.nl.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2009.

Artikel 14. Intrekking

De Regeling beoordeling centraal examen wordt ingetrokken.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling centraal examen.

De voorzitter van de CEVO,

drs. H.W. Laan

Toelichting

1. Algemeen

De invoering van het 'Besluit van 31 maart 2008, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en enige andere besluiten in verband met het afleggen van centraal examen in een vak op hoger niveau, de vereenvoudiging van aanwijzing van gecommitteerden en enige andere aanpassingen' en de invoering van cspe (centraal schriftelijk en praktisch examen) bij beroepsgerichte vakken maken het noodzakelijk de Regeling beoordeling centraal examen op een aantal punten aan te passen. Tevens is deze gelegenheid gebruikt de 'Aanvulling Regeling beoordeling centraal examen' in de Regeling te integreren. Het vervallen van enkele niet meer van toepassing zijnde onderdelen, tijdelijke maatregelen tijdens de invoering van het vmbo, zijn in deze actualisatie meegenomen.

2. Toelichting bij de wijzigingen

(Tweede)correctie

Wijziging van het Eindexamenbesluit heeft geleid tot een gewijzigde procedure bij de (tweede) correctie. Uitgangspunt is het versterken van de rol van het bevoegd gezag inzake de afhandeling van en de verantwoordelijkheid voor de tweede correctie. Ter vergroting van de kwaliteit van de tweede correctie is voorgeschreven dat de tweede corrector bij het gecorrigeerde werk een door hem opgestelde en ondertekende verklaring voegt betreffende de verrichte correctie, die mede door zijn bevoegd gezag wordt ondertekend. Tevens wordt de procedure aangescherpt die moet worden gevolgd als de eerste corrector (examinator) en tweede corrector (gecommitteerde) niet tot overeenstemming kunnen komen. In dat geval kan de corrector (zowel de eerste als de tweede) het meningsverschil voorleggen aan het eigen bevoegd gezag. Dit bevoegd gezag beoordeelt of er werkelijk sprake is van een serieus meningsverschil en kan dan vervolgens contact opnemen met het bevoegd gezag van de andere corrector. Als het bevoegd gezag van beide scholen niet tot overeenstemming kunnen komen dan kunnen zij dit melden bij de Inspectie van het Onderwijs. De inspectie kan een derde onafhankelijke gecommitteerde aanwijzen. De beoordeling van de derde gecommitteerde komt in de plaats van de eerdere beoordelingen.

Binnen deze aanvullende regelgeving -zie bijlage 2, Inrichting correctievoorschrift centraal (schriftelijk) examen, onder 1. regels voor de beoordeling- blijft de mogelijkheid bestaan dat 1e en 2e corrector door middeling op de totaalscore overeenstemming bereiken.

centraal schriftelijk en praktisch examen

Het cspe is ingevoerd als de examenvorm voor centrale examens in de beroepsgerichte vakken. Dit maakt een aanpassing van bijlage 3, Inrichting correctievoorschrift centraal schriftelijk en praktisch examen vmbo, noodzakelijk.

* In 'Bijlage 1. Het normeringsvoorschrift' stond in de laatste zin van punt 3 een storende omissie. Er staat: 'Als de tweede decimaal 4 of lager is, wordt de eerste decimaal met 1 verlaagd en de tweede en volgende decimalen weggelaten.' Dit moet zijn: 'Als de tweede decimaal 4 of lager is, wordt de eerste decimaal gehandhaafd en volgende decimalen weggelaten.' De tekst in Bijlage 1 van de regeling is aangepast. –toevoeging Redactie Examenblad.nl, 26 mei 2009.

Bijlagen

* In 'Bijlage 1. Het normeringsvoorschrift' stond in de laatste zin van punt 3 een storende omissie. Er staat: 'Als de tweede decimaal 4 of lager is, wordt de eerste decimaal met 1 verlaagd en de tweede en volgende decimalen weggelaten.' Dit moet zijn: 'Als de tweede decimaal 4 of lager is, wordt de eerste decimaal gehandhaafd en volgende decimalen weggelaten.' De tekst in Bijlage 1 van de regeling is aangepast. –toevoeging Redactie Examenblad.nl, 26 mei 2009.

Pijl omhoog